Dries Simoens (Brugge, 25 februari 1950) is emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid en Criminologische Wetenschappen aan de KU Leuven.
Met zijn doctoraatsproefschrift "Vergoeding voor Verkeersslachtoffers. Naar een grondige Hervorming" (1978) (Antwerpen - Amsterdam, Maklu, 1978) lag Dries Simoens aan de basis van een grondige wijziging van het verkeersongevallenrecht. Sinds de invoering van artikel 29bis in de WAM staat niet langer het schuldprincipe centraal bij de vergoeding van verkeersslachtoffers, maar werd het verkeersrisico gesocialiseerd (wel nog steeds door privaatrechtelijke verzekeringsondernemingen). Door zijn ganse schrijversloopbaan, zocht Simoens naar een evenwicht tussen een "verdelende" en een "vergeldende" rechtvaardigheid, en tussen de concepten fout en risico.
Hij doceerde aan diverse faculteiten Socialezekerheidsrecht, Arbeidsrecht, Verkeersrecht, Bijzondere Overeenkomsten, Welzijnsrecht en Sociale Schadeleer. Dankzij deze brede vakkundigheid doceerde hij ook het vak Inleiding tot het Recht in de faculteiten Sociale Wetenschappen en ETEW. Bij zijn onderwijsactiviteiten poogde hij zich enigszins af te zetten tegen de overheersing van de Engelse taal ten nadele van het Frans, en was zijn didactisch vertrekpunt steeds het aanbieden aan zijn studenten van degelijk cursusmateriaal, ieder jaar weer geactualiseerd.
Dries Simoens hield de pen bij een aantal belangrijke wetten, steeds met een sociale doelstelling: de Vrijwilligerswet (2005) en de Wet Maatschappelijke Integratie (2002). Dat de arbeidsrechtbanken en -hoven bevoegd werden voor OCMW-materies, en dat daartoe de "provinciale beroepskamers" moesten worden afgeschaft, was zijn werk.
Wat deze laatste materie betreft, over het leefloon en de OCMW-taken in het algemeen, schreef Dries Simoens het losbladige werk "OCMW-dienstverlening" (Brugge, die Keure, 900 p;).In dit werk wordt het "armenrecht" "verrijkt" door het te koppelen aan algemene rechtsbeginselen - vaak ontleend aan de Grondwet of het burgerlijk recht. Het OCMW-boek was blijkbaar te "activistisch", bijna subversief, naar het oordeel van de burgemeester van Brugge, dat als eerste gemeente een "Armoedetoets" wilde invoeren, maar die Dries Simoens als voorzitter afwees (de armoedetoets bleef trouwens decennialang dode letter).
In 1982 was hij opdrachthouder op het kabinet van Pensioenminister Pierre Mainil. Deze minister was op zijn wijze visionair: reeds in 1982 streefde hij naar een gelijkschakeling M/V en naar een verhoging van de pensioenleeftijd, en noemde hij de kwestie van de gelijkgestelde jaren (vaak één derde van de pensioenloopbaan) het kernprobleem voor elke pensioenhervorming.
Dries Simoens besteedde veel aandacht aan de rechtspraak als bron van recht. In zijn academische loopbaan (van veertig jaar) heeft hij ongeveer 1.200 vonnissen en arresten, vaak voorzien van een annotatie, ter publicatie opgestuurd naar (algemene en gespecialiseerde) tijdschriften. Deze publicatie van rechterlijke beslissingen was vooral voor het socialezekerheidsrecht belangrijk:: pas sinds de invoering van het Gerechtelijk Wetboek (1971) werden arbeidsrechtbanken en - hoven bevoegd voor die rechtstak. Zodoende kon het sociaal recht zich ontwikkelen en positioneren in dialoog met andere, meer "klassieke" rechtstakken.
Als medewerker van de Werkgroep Evaluatie Menselijke Schade, was hij goed geplaatst om het boek "Schade en Schadeloosstelling" te schrijven, in de reeks Beginselen van Belgisch Privaatrecht (Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen België, 1999). Dat boek was innoverend, omdat het uitging van nieuwe opvattingen over de beschadigde mens en over de drie functies die het recht moet vervullen tegenover die schade, te weten preventie, herstel en schadeloosstelling - in die volgorde. Omdat het standaardwerk cijfers bevatte en deze evolueerden, kon het niet worden herdrukt. Vandaar dat Dries Simoens, ook na zijn emeritaat, bleef meewerken aan de Indicatieve Tabellen, om de drie jaar gepubliceerd in het Tijdschrift van de Politierechters (Brugge, die Keure). Elke tabel moest "inhoudelijk" worden ingebed in een schadeloosstellingsrecht, dat traag maar gestaag evolueerde. Het betreft dus geen loutere cijferdans maar ook een inhoudelijke rechtsherijking. Zo genieten niet enkel verkeersslachtoffers, maar alle schadelijders van zijn expertise ter zake.
In 2013 werd Dries Simoens toegelaten tot het emeritaat, twee jaar voor de algemene pensioenleeftijd. "Omnipracticus" te zijn lag niet langer binnen zijn bereik, gezien het toenemend belang van het Europees en internationaal recht. Team Teaching en versnippering van steeds meer ABAP-mandaten leidden tot overlappingen en leemtes (vooral jammer omdat de SEMEX-hervorming 4 lesweken opofferde). Telde het Instituut voor Sociaal Recht in 1973 vier kantoren, dan waren dat er in 2013 vijftien. De krimpende aandacht voor de Franse taal was vooral nefast in de rechtswetenschappen - zeker in de ogen van Simoens die destijds co-auteur was geweest van het boek "Meertalig rechtswoord, rijkere rechtsvinding".
"Onderwijzen" was een constante in zijn doen en denken. In 1981 was hij de initiatiefnemer (in het kader van een BTK-project) van de Leuvense UZ-Ziekenhuisschool, die rond 2010 was uitgegroeid tot een vrije, gesubsidieerde BSO-school type 5 (gehospitaliseerde kinderen) met 53 beroepskrachten en honderden scholieren (verspreid over tien locatie). Na zijn emeritaat werd hij zorgpartner bij de Stichting Koningin Paola, die "eerlijke onderwijskansen" wil bieden aan kinderen uit zwakkere milieus. Met datzelfde doel structureerde Dries Simoens de werking van het Brugse SPOOR ("sociale preventie door onderwijsondersteuning"). Uitgangsgedachte was dat laatstejaars uit lerarenopleidingen een deel van hun stage moesten vervullen door bijlessen te geven aan kansarme kinderen, en zich aldus in te leven in hun thuissituatie
Studenten uit niet-juridische families initiëren in rechtsdomeinen, op de meest praktische wijze, was ook het doel geweest van de Facultatieve Praktijkcolleges, die Dries Simoens invoerde en 33 jaar lang coördineerde. Hoewel puur facultatief, wisten deze oefeningen jaarlijks zo'n 450 studenten aan te trekken. Menig student heeft van de praktijklectoren handvatten gekregen over hoe zich te integreren in de beroepenwereld voor juristen en criminologen. Wat men kent moet doorwegen, niet wie men kent.
"Door mezelf te blijven, ben ik veranderd", zo vatte Dries Simoens in 2026 zijn academische loopbaan samen.