EG-nummer

Het EG-nummer is, net zoals het CAS-nummer, een identificatienummer voor chemische stoffen. Het EG-nummer is in de plaats gekomen van het EINECS-nummer en het ELINCS-nummer. De registratie door het European Chemicals Bureau (ECB) van de Europese Unie, dat in Italië is gevestigd, is begonnen op 1 januari 1993.

Het nummer bestaat uit een zevencijferige code en is als volgt opgebouwd:

N1N2N3-N4N5N6-R

De R is toegevoegd om met behulp van de zogenaamde checksum na te kunnen gaan of het nummer wel goed wordt ingevoerd. De R is de rest, die wordt bepaald door de volgende formule gedeeld door 11: N1 + 2×N2 + 3×N3 + 4×N4 + 5×N5 + 6×N6. Als deze rest 10 is wordt een "X" als zevende "cijfer" geschreven.

Voorbeelden

Er zijn EG-nummers voor:

Nieuwe stoffen die nog niet volledig onderzocht zijn en polymeren krijgen geen EG-nummer. Daar hydraten niet in het bestaande stoffenregister opgenomen zijn, behouden ze het EINECS-nummer van de niet-gehydrateerde zouten.

Nummers van stoffen die niet langer op de lijst van polymeren (No-longer-polymers) staan beginnen vanaf 500-001-0.

Andere EG-nummers

Dit EG-nummer is niet gelijk aan het negencijferige EG-Index-nummer, dat pas toegekend wordt als de chemische stof ook als gevaarlijke stof geklasseerd is door de Europese Gemeenschap.

Ook het Enzym-Commissienummer (EC-nummer) is niet gelijk aan dit EG-nummer. Zo heeft DNA-ligase het EC-nummer 6.5.1.X

Bron