| Eibert Meester | ||||
|---|---|---|---|---|
Eibert Meester voert campagne voor de PvdA Leiden, 1962 | ||||
| Algemeen | ||||
| Geboortedatum | 1 mei 1919 | |||
| Overlijdensdatum | 27 april 1999 | |||
| Partij | PvdA | |||
| Functies | ||||
| 1950-1952 | Gemeenteraadslid van Amsterdam | |||
| 1953-1958 | Gemeenteraadslid van Leiden | |||
| 1963-1976 | Lid Eerste Kamer | |||
| ||||
Eibert Meester (Zwolle, 1 mei 1919 - Deventer, 27 april 1999) was een Nederlands politicus voor de Partij van de Arbeid.
Meester was afkomstig uit een 'rood nest' als zoon van een postbesteller uit Zwolle en zelf instrumentmaker. Hij was actief in de jongerenorganisaties van SDAP en PvdA en lid van de gemeenteraden van Amsterdam en Leiden. Hij werd partijsecretaris van de PvdA in de jaren zestig; later was hij internationaal secretaris. Hij was van 1963 tot 1976 voor de PvdA lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Hij hield zich als Eerste Kamerlid vooral bezig met verkeer en waterstaat. Als partijsecretaris riep hij op 1 mei 1966 - na teleurstellende Statenverkiezingen in maart - zijn partij op 'links-af' te gaan. Hij werd toen zelfs genoemd als mogelijk lijsttrekker van de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen 1967.
De Leidse hoogleraar psychiatrie Jan Bastiaans, die zich gespecialiseerd had in psychosomatiek, behandelde Eibert Meester voor diens klachten over door oorlogstrauma veroorzaakte psychoses of neuroses. Dat leidde tot een schandaal toen Meester bleek te hebben gelogen. Als patiënt vertelde hij over een verzetsverleden en Bastiaans had niet door dat zijn patiënt die ervaringen en gebeurtenissen verzon. Bastiaans werkte in 1975 mee aan een boek over deze patiënt die "Willem van Salland" genoemd werd, diens verzetswerk, de gruwelijke gevangenschap in Duitsland, de neurosen en de succesvolle therapie. Na publicatie zocht de ex-echtgenote van Meester de openbaarheid met de mededeling dat Meester nooit in het verzet had gezeten en nooit gevangene in Duitsland was geweest. Nadat in april 1976 ook nog was onthuld dat hij ten onrechte een uitkering van de Stichting 1940-1945 had genoten op grond van deze verzonnen verzetsdaden, verliet hij de Senaat.