| Elisabeth de Bode | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboren | ca. 1606 Avelgem | |
| Overleden | 1659 Heestert | |
| Bekend van | slachtoffer van de heksenvervolging in Europa | |
Elisabeth de Bode (Avelgem, ca. 1606 – Heestert, 1659) was een slachtoffer van de heksenvervolging in Europa.
Elisabeth de Bode bleef tot haar 22ste jaar in Avelgem wonen. Van daar verhuisde ze naar Heestert, waar zij trouwde met Jan van der Gooten. Bij deze niet onbemiddelde landbouwer kreeg ze minstens drie kinderen: Margriete, Josyne en Jaexcken. Meer personalia zijn er in haar procesdossier niet te vinden.
Elisabeth werd beschuldigd van allerlei misdaden die zij als heks zou hebben gepleegd:
Het proces tegen Elisabeth de Bode vond plaats in Heestert van eind oktober tot 9 december 1659. Baljuw Raepsaet van Heestert wilde weten of de duivel niet bij Elisabeth in de gevangenis kwam en of hij niet met haar 'paarde zoals een man met zijn vrouw'. Dat gaf Elisabeth toe. 'Ja, de duivel is deze nacht bij mij in de gevangenis geweest in de gedaante van een mooie engel, naakt en zonder hemd. Ik heb met hem gepaard zoals jij zegt en na het paren is hij weggegaan.'
Meester Geeraert van Wassenburch, de stadsbeul van Gent, onderzocht op 2 december 1659 Elisabeth de Bode in Heestert. Hij schoor eerst al haar hoofdhaar af en kondigde aan dat hij ook haar schaamhaar zou wegscheren. Elisabeth wilde dit voorkomen en bekende dat zij in haar vrouwelijkheid 'een teken' had. De beul wenste dit te zien en trof in het bovenste deel van haar vrouwelijkheid iets vreemds aan. Hij stak er drie keer de punt van zijn schaar in. Elisabeth voelde, volgens hem, helemaal geen pijn. Zij droeg dus een duivelsteken. Ze werd op 9 december 1659 door het leenhof van Heestert veroordeeld tot wurging en verbranding aan een paal. Haar verbrande lichaam werd tentoongesteld op een rad.