Eternauta

De schedel

Eternauta is een monotypisch geslacht van de Ichthyosauria dat tijdens de late Jura leefde in het gebied van het huidige Argentinië. De enige benoemde soort is Eternauta patagonica.

Vondst en naamgeving

In 1985 werd een ichthyosauriër door een team van de División Paleontología Vertebrados van het Museo de La Plata onder leiding van Zulma Gasparini opgegraven bij Chacay Melehue. Gasparini en Ricardo G. Goñi wezen het exemplaar in 1990 toe aan Platypterygius, zij het zonder enige beschrijving of discussie. In 1997 wees Marta Susana Fernández het specimen toe aan de zojuist benoemde soort Caypullisaurus bonapartei. Verder onderzoek toonde echter aan dat het om een aparte soort ging.

In 2025 werd de typesoort Eternauta patagonica benoemd en beschreven door Lisandro Campos, Marta Susana Fernández, Yanina Herrera en Marianella Talevi. De geslachtsnaam verwijst naar de sciencefiction-strip El Eternauta van Héctor Germán Oesterheld die gaat over een tijdreiziger die door de eeuwigheid navigeert. Zo geeft Eternauta cruciale informatie hoe de ichthyosauriërs het tot in het Krijt uithielden. De soortaanduiding verwijst naar de herkomst uit Patagonië. De naam heeft ook een politieke lading want de strip was populair bij de guerilleros van de Montoneros en Oesterheld verdween in 1977 tijdens de zuiveringen door de Argentijnse junta.

Het holotype, MLP-PV 85-I-15–1, is gevonden in een laag van de Vaca Muerta-formatie die dateert uit het Tithonien. Het bestaat uit een schedel met onderkaken, een rib en een rechtervoorvin minus de kootjes. Losse tanden zijn aangetroffen.

Beschrijving

Grootte en onderscheidende kenmerken

De bewaarde lengte van de schedel is ruim een meter. De totale lengte zal rond de 125 centimeter hebben bedragen. De lengte van Eternauta is op basis hiervan geschat op vijf à zes meter.

De beschrijvers gaven een aantal onderscheidende kenmerken aan met een klemtoon op de verschillen met Caypullisaurus. Het postorbitale is smal met een slecht gevormde onderrand. Die rand vormt dan wel meer dan de helft van de onderrand van de oogkas, een autapomorfie. Een andere autapomorfie is het kennelijk volledig gereduceerd zijn, of althans niet verbenen, van het squamosum. Het quadratojugale is van bezijden weinig zichtbaar.

In het verhemelte is het pterygoïde afwijkend. Het is verkort met een rechthoekig profiel en een vergrote holte tussen de pterygoïden. Dat maakte de schedel lichter met behoud van stijfheid. De aanhechtingsrichels zijn geoptimaliseerd voor een snelle contractie van de musculus pterygoideus.

Een verdere autapomorfie is een slank retroarticulair uitsteeksel van de achterste onderkaak dat schuin naar achteren en boven gericht is. Dit maakt een snellere sluiting van de kaak mogelijk.

Skelet

De snuit is erg spits. De ogen zijn zeer groot. De oogkassen hebben een diameter van zo'n vijfentwintig centimeter.

Eternauta heeft geen aparte tandkassen maar een doorlopende tandgroeve. Uit het holotype valt het precieze aantal tanden niet te bepalen maar het kan zo hoog gelegen hebben als zeventig per kwadrant, dus zo'n 280 voor de hele schedel. Het is echter ook mogelijk dat er een reductie van het aantal was. De tanden zijn klein, spits en kegelvormig.

Fylogenie

Eternauta werd in de Ophthalmosauridae geplaatst, meer bepaaldelijk de Platypterygiinae. De precieze verwantschappen zijn lastig te bepalen. Door de methode van implied weighting toe te passen, waarbij meer gewicht gegeven wordt aan kenmerken die in het geheel van de stamboom maar één keer veranderen werd een uitkomst verkregen met meer "oplossing".

Ophthalmosauridae

Baptanodon natans

Platypterygiinae

Catutosaurus gaspariniae

Jabalisaurus meztli

Levenswijze

De beschrijvers concludeerden dat Eternauta een lage bijtkracht had maar het vermogen de kaken snel te sluiten. De grote ogen zouden duiden op een vermogen diep te duiken. Kleine glibberige prooien zoals inktvissen zouden met de scherpe tanden gegrepen zijn.

Literatuur