Hij trouwde in 1900 in Itterbeek met Adrienne (Fernande) du Toict (1879-1946). Ze kregen een zoon en vijf dochters.
Marie-Thérèse van den Corput (1901-1991), trouwde in 1922 in Assenois met baron Michel Le Pelletier de Glatigny (1889-1932), Frans officier. Ze kregen een zoon en vier dochters, met afstammelingen tot heden.
Sabine van den Corput (1903-1992), trouwde in 1923 in Assenois met graaf Daniel d'Audiffret (1892-1950). Ze kregen twee zoons en vier dochters, met afstammelingen tot heden. Ze hertrouwde in 1951 in Brussel met Noël Henry de Villeneuve (1903-1985). Het huwelijk bleef kinderloos.
Anne-Marie (Annick) van den Corput (1907-1970), trouwde in 1926 in Assenois met graaf Albert de Briey (1893-1964), zoon van graaf Camille de Briey, volksvertegenwoordiger en gouverneur van Luxemburg. Ze kregen twee zoons en vier dochters, met afstammelingen tot heden.
Van den Corput promoveerde tot doctor in de rechten aan de ULB en vestigde zich als advocaat. Hij werd katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Aarlen (1921-1932) en voor het arrondissement Neufchâteau (1946-1948). Hij was eveneens van 1932 tot 1945 gouverneur van Luxemburg. Tijdens de oorlog werd hij verhinderd zijn ambt uit te oefenen.
In 1919 werd hij opgenomen in de Belgische adel.
Literatuur
Paul VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement 1894-1972, Antwerpen, Standaard, 1972.