

Foïdiet is een fijnkorrelig stollingsgesteente met een zeldzame samenstelling. Het vormt een buitencategorie waaronder gesteente met sterk uiteenlopende samenstelling valt. Het kan een relatief hoog gehalte aan alkali's bevatten en een relatief laag gehalte aan silica. Foïdiet is ultramafisch tot mafisch.
Modaal is foïdiet rijk aan veldspaatvervangers. In de IUGS-classificatie van stollingsgesteente bestaat meer dan 90% van het gewicht van foïdiet uit deze mineralen. Foïdiet kan ook pyroxeen, amfibool, olivijn, plagioklaas, biotiet en kaliveldspaat bevatten, maar geen kwarts. Bij minder veldspaatvervangers wordt gesteente tefritisch foïdiet of fonolitisch foïdiet genoemd.
De IUGS raadt aan gesteente dat als foïdiet kwalificeert indien mogelijk verder te classificeren. Gesteente waarin een bepaalde veldspaatvervanger domineert kan beter geen foïdiet heten maar wordt vernoemd naar de veldspaatvervanger in kwestie. Foïdiet waarin nefelien overheerst heet nefeliniet; foïdiet waarin leuciet overheerst heet leucitiet; foïdiet waarin kalsiliet domineert is kalsilitiet; enzovoorts.
De faneritische variant van foïdiet is foïdoliet.
De naam van het gesteente foïdiet is afgeleid van de afkorting van het Engelse feldspathoid, dat "veldspaatvervanger" betekent.