Frans Bouckaert (Gent, 4 december 1934 - Brugge, 31 januari 2018) was een Belgisch hoogleraar, notaris en auteur van wetenschappelijke juridische werken.
Bouckaert studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent en promoveerde in 1958 met grote onderscheiding tot licentiaat in de rechten en met onderscheiding tot licentiaat in het notariaat.
Van 1961 tot 1964 was hij assistent internationaal privaatrecht aan de Gentse universiteit. Van 1964 tot 1967 vervulde hij een lesopdracht in Lubumbashi (Congo). Van 1967 tot 1970 liep hij notariële stage in Brugge bij zijn oom notaris Joseph De Vestele en volgde hem in 1970 op. Hij nam ontslag in 1995 en werd opgevolgd door zijn schoonzoon François Blontrock.
In 1972 begon hij, naast zijn notariaat, een academische carrière aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd praktijklector, belast met het doceren van het vak 'opstellen van vennootschapsakten'. In 1976 werd hij benoemd tot docent en in 1987 tot deeltijds hoogleraar. Vanaf 1990 doceerde hij ook het vak 'notarieel internationaal privaatrecht'.
Bouckaert was:
Bouckaert was de jongste zoon van de arts en hoogleraar Jean-Jacques Bouckaert (1901-1983), die van 1961 tot 1969 rector was van de Rijksuniversiteit Gent, en van Ghislaine van der Heyden, uit een Oostendse notarisfamilie.
Hij was getrouwd en kreeg zes kinderen.
Hij was lid en proost van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed.
Bouckaert was natuurliefhebber en jager.