Hij kreeg zijn muziekopleiding van Johann Adolph Hasse, alvorens naar Italië te vertrekken voor een vervolgopleiding. In 1772 werd hij aangesteld als muzikant dan wel kapelmeester/koordirigent in Den Haag, maar verhuisde in 1777 om de functie van kapelmeester te bekleden bij de Dom van Keulen, een functie die hij aanhield tot 1794 toen hij werd ontslagen als gevolg van de Franse invasie. Hij zou de rest van zijn leven docent contrapunt en handelaar in muziekinstrumenten geweest zijn.
Volgens Viotta en Fétis schreef hij
twaalf symfonieën verdeeld over bundel 1 en 2 voor twee violen, altviool, cello, dwarsfluit, twee hobo’s en twee hoorns
zes trio’s voor klavecimbel, viool en cello
twaalf strijkkwartetten verdeeld over twee bundels (circa 1780-1783).
Er zijn ook missen van het bekend. Werken van hem werden uitgegeven in Den Haag en Parijs (Cornouaille); ze passen binnen de stijl van de Mannheimschool.
Voorts schreef hij muziek voor het zangspel Augustus und Louise (H.L. Ibbeken).
Bronnen, noten en/of referenties
Henri Viotta, Lexicon der Toonkunst, deel II, 1883, pagina 238
François-Joseph Fétis: Biographie universelle des musiciens: et bibliographie generale de la musique (1875-1883) noemt hem François Ignace Kaa
Klaus Wolfgang Niemöller: Kirchenmusik und Reichsstädtische Musikpflege im Köln des 18. Jahrhunderts (1960) noemt bij de kapel in Keulen “Die Domkapelle unter Franz Ignaz Kaa.
Oxford Music Online: kaa, Franz Ignaz door diezelfde Niemöller
Edouard Gregoir; Biographie des artistes-musiciens néerlandais des 18e et 19e siecles (1864), overgenomen door het Biografisch woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa.
Bertil H. Van Boer: Historical dictionary of Music of the classical period