| Koeten | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Meerkoet met jong | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Fulica Linnaeus, 1758 | ||||||||||
| ||||||||||
De koeten (Fulica) zijn een geslacht van vogels uit de familie van de rallen (Rallidae). De wetenschappelijke naam Fulica is gepubliceerd in 1758 door Linnaeus in Systema naturae.
Koeten zijn middelgrote (35 tot hoogstens 64 cm lang), overwegend zwart gekleurde vogels. Een opvallend kenmerk van alle soorten koeten is de "bles" op het voorhoofd en de gekleurde of witte snavel. De vogels zijn betrekkelijk gemakkelijk waar te nemen omdat ze zich vaak zwemmend in open wateren bevinden.
De zeekoet behoort niet tot deze groep, maar tot de alken (Alcidae). Fulica is nauw verwant aan Gallinula (waterhoentjes). Van de meer dan tien soorten komen er zeven soorten voor in de Nieuwe Wereld.
De meerkoet is in Europa het meest bekend en heeft een groot verspreidingsgebied dat reikt tot ver in Azië en Australië en dat heeft zich uitgebreid tot Nieuw-Zeeland.
Dit geslacht telt de volgende elf soorten, waarvan één is uitgestorven: