Gasparo Michel-Marie Pagani de la Torre (San-Georgio, Piëmont, 12 februari 1796 - Woubrechtegem, 10 mei 1855), ook Gaspard Pagani, was een wiskundige, hoogleraar aan de Rijksuniversiteiten van Leuven en Luik en aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Toen Pagani veertien was, verklaarde zijn leraar wijsbegeerte in het college van Valenza, dat hij daar niets meer bij te leren had. Hij trok toen naar de Universiteit van Turijn. Hij promoveerde er tot burgerlijk ingenieur (1816) en tot ingenieur hydraulica (1817).
Als groot voorstander van de Italiaanse onafhankelijkheid werd hij gedwongen in 1820 op de vlucht te slaan. Via Zwitserland belandde hij in 1822 in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en vroeg er asiel aan. Hij vestigde zich in Brussel en kwam in contact met Adolphe Quetelet.
In 1825 werd hij lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten in Brussel en in 1826 werd hij tot hoogleraar benoemd aan de Rijksuniversiteit Leuven. Hij doceerde er algebra, meetkunde en meetkundige ontleding. Hij stond mee aan de wieg van de vernieuwde belangstelling voor de wiskunde in de Belgische provincies.
In 1832 werd hij, na de Belgische Revolutie, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Luik. Hij begon er aan grote werkzaamheden van analytische mechanica en werd de gangmaker en de eerste voorzitter van de Luikse Société Royale des Sciences de Liège.
In 1835 verhuisde hij weer naar Leuven, ditmaal benoemd tot hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Pagani, die in Italië markies was, huwde in 1826 met Francisca Xaveria Coleta de Waepenaert de Termiddel-Erpen. Het koppel woonde in Leuven, maar Francisca had ook een kasteel in Woubrechtegem, waar hij in 1855 overleed.