Simon Spoor

Simon Spoor
Simon Spoor in 1948
Simon Spoor in 1948
Geboren 12 januari 1902
Amsterdam
Overleden 25 mei 1949
Batavia
Land/zijde Koninkrijk der Nederlanden
Onderdeel Infanterie van het Indische leger
Dienstjaren 1923 - 1949
Rang Generaal
Bevel KNIL, KL en Mariniersbrigade in Nederlands-Indië
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog, Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog
Onderscheidingen Commandeur in de Militaire Willems-Orde, Mobilisatiekruis 1914-1918, Officierskruis, Oorlogsherinneringskruis, Medal of Freedom, Ereteken voor Orde en Vrede

Simon Hendrik Spoor (Amsterdam, 12 januari 1902 – Batavia, 25 mei 1949) was een Nederlands generaal en legercommandant in Nederlands-Indië. Van 1946 tot zijn overlijden in 1949 voerde hij het bevel over de Nederlandse landstrijdkrachten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Onder zijn leiding werden in 1947 en 1948 de twee zogeheten politionele acties uitgevoerd. Zijn militaire en politieke rol tijdens de dekolonisatie van Indonesië is nadien onderwerp van historisch debat geworden.

Hij stamde uit het geslacht Spoor en was een zoon van André Spoor, violist en concertmeester van het Concertgebouworkest. Hij volgde de middelbare school in Den Haag en ging daarna naar de cadettenschool in Alkmaar. Vervolgens studeerde hij aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. De latere hoofdredacteur van NRC Handelsblad, André Spoor, was een zoon van hem.

Loopbaan

Spoor werd in 1923 benoemd tot tweede luitenant bij de infanterie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Vanaf 1924 was hij op Borneo gedetacheerd. Hij bracht tweemaal langere tijd in Nederland door; eerst om de Hogere Krijgsschool te doorlopen en vervolgens als leraar strategie en tactiek aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda.

Spoor was in de rang van kapitein verbonden aan de generale staf in Nederlands-Indië toen Japan de kolonie begin 1942 aanviel. Samen met zijn collega-kapitein Gerard Reinderhoff, eveneens van de generale staf, verliet hij in de nacht van 8 op 9 maart 1942 per vliegtuig vliegveld Andir, kort voordat de Nederlandse strijdkrachten capituleerden. Zij vertrokken op bevel van legercommandant Hein ter Poorten.

In Australië werd Spoor toegevoegd aan de kort daarvoor opgerichte Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS). Hij kreeg de leiding over sectie I, die inlichtingen over het bezette Nederlands-Indië verzamelde. In 1944 werd hij directeur van de NEFIS.

Legercommandant in Nederlands-Indië

In januari 1946 werd Spoor op 44-jarige leeftijd benoemd tot legercommandant in Nederlands-Indië, als opvolger van Ludolph van Oyen. Hij kreeg de rang van generaal-majoor en trad aanvankelijk op als tijdelijk luitenant-generaal. De snelle bevordering week af van het gebruikelijke carrièreverloop. Spoor had tijdens de oorlog ervaring opgedaan met staf- en inlichtingenwerk en beschikte daarnaast over goede contacten met bestuurders en politici. Tot het najaar van 1946 viel zijn operationele optreden onder het geallieerde South East Asia Command van Louis Mountbatten.

Spoor kreeg het bevel in een situatie die sinds de Japanse capitulatie ingrijpend was veranderd. Op 17 augustus 1945 hadden Soekarno en Mohammad Hatta de onafhankelijkheid van Indonesië uitgeroepen. Nederland erkende de Republiek Indonesië niet en probeerde zijn gezag in de voormalige kolonie te herstellen. De Indonesische nationalistische beweging bestond al vóór de Tweede Wereldoorlog en was tijdens de Japanse bezetting sterk gegroeid.

In de eerste maanden na de Japanse capitulatie was sprake van een machtsvacuüm en grootschalig geweld. Revolutionaire en andere gewapende Indonesische groepen pleegden geweld tegen onder anderen Indische Nederlanders en Molukkers; deze fase staat in Nederland bekend als de Bersiap. Tegelijkertijd vonden gevechten plaats tussen Indonesische strijdgroepen en Britse troepen en bestonden binnen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging onderlinge politieke en militaire tegenstellingen. De Britse autoriteiten, die tijdelijk verantwoordelijk waren voor delen van Indonesië, stonden aanvankelijk niet toe dat Nederlandse troepen op grote schaal op Java werden ingezet. In Over de grens (2022) wordt het geweld tijdens de Bersiap geplaatst binnen de bredere geweldsdynamiek van de onafhankelijkheidsoorlog en niet beschouwd als de oorzaak van de Nederlandse militaire herbezetting.

Als legercommandant gaf Spoor leiding aan de operaties tegen de strijdkrachten van de Republiek, waaronder de TNI, en tegen andere gewapende groepen. De Nederlandse troepenmacht, bestaande uit het KNIL, de Koninklijke Landmacht en de Mariniersbrigade, groeide tot ongeveer 120.000 militairen in 1947 en ongeveer 140.000 in 1948.

Spoor zag de Republiek lange tijd vooral als het werk van een betrekkelijk beperkte groep nationalisten en verwachtte dat een groot deel van de bevolking zich na uitschakeling van de Republikeinse machtsstructuur opnieuw bij een door Nederland geleid bestel zou neerleggen. Volgens zijn biograaf Jaap de Moor onderschatte hij daarmee de brede steun voor Indonesische onafhankelijkheid. Spoor beperkte zich bovendien niet tot strikt militaire aangelegenheden. Als legercommandant en hoofd van het Departement van Oorlog mengde hij zich intensief in de politiek-militaire besluitvorming en probeerde hij ook de politieke besluitvorming in Den Haag te beïnvloeden.

Na het Akkoord van Linggadjati van november 1946 ontstond onenigheid over de uitvoering ervan. Toen de onderhandelingen vastliepen, begon Nederland op 21 juli 1947 de Eerste Politionele Actie. De Nederlandse regering wilde hiermee de Republiek tot politieke concessies dwingen en belangrijke economische productiegebieden op Java en Sumatra onder controle brengen. Onder internationale druk werd de operatie op 5 augustus beëindigd. Spoor had het offensief liever voortgezet tot de Republikeinse regeringszetel Yogyakarta was ingenomen. De TNI was echter niet uitgeschakeld en zette de strijd als guerrilla voort. Spoor verwachtte aanvankelijk dat deze guerrilla betrekkelijk snel kon worden bedwongen.

Op 19 december 1948 begon de Tweede Politionele Actie. Nederlandse troepen namen Yogyakarta in en arresteerden onder anderen Soekarno en Hatta, maar de Republikeinse strijdkrachten werden niet vernietigd en schakelden opnieuw over op guerrillaoorlogvoering. De Nederlandse positie kwam ondertussen onder toenemende internationale druk te staan. De Van Roijen-Roem-overeenkomst van 7 mei 1949 maakte de terugkeer van de Republikeinse regering naar Yogyakarta mogelijk en vormde een belangrijke stap op weg naar onderhandelingen over de soevereiniteitsoverdracht. Deze ontwikkeling strookte niet met Spoors voorkeur voor een verdergaande militaire uitschakeling van de Republiek.

Spoor probeerde de positie van de Republiek daarnaast te verzwakken door contacten met rivaliserende Indonesische groeperingen. Volgens historicus Fredrik Willems werden enkele van deze groepen in het geheim met geld en wapens ondersteund; deze inmenging droeg volgens hem bij aan interne conflicten aan Indonesische zijde.

Militair beleid en geweld

Spoor benadrukte in zijn bevelen herhaaldelijk dat Nederlandse militairen zich gedisciplineerd moesten gedragen en dat plundering, mishandeling en het doden van burgers onaanvaardbaar waren. Meldingen van misstanden liet hij onderzoeken. Volgens De Moor stond daar tegenover dat ook in ernstige gevallen vervolging van verantwoordelijke militairen geregeld uitbleef. Bij het gewelddadige optreden van Nederlandse troepen op Zuid-Celebes verbood Spoor uiteindelijk de toepassing van standrechtelijke executies, maar het optreden leidde tijdens zijn leven niet tot vervolging van de belangrijkste verantwoordelijken. De Moor concludeerde dat Spoor in dergelijke gevallen het door hem als Nederlands belang beschouwde politieke en militaire doel soms zwaarder liet wegen dan de handhaving van zijn eigen normen voor militair optreden.

Latere studies hebben het Nederlandse militaire geweld in deze periode uitvoeriger onderzocht. Historicus Rémy Limpach concludeerde in De brandende kampongs van Generaal Spoor (2016) dat extreem geweld door Nederlandse eenheden niet slechts uit incidentele excessen bestond, maar een structureel karakter had. Hij wees er daarbij ook op dat de meerderheid van de Nederlandse militairen niet zelf extreem geweld pleegde.

Het gezamenlijke onderzoeksprogramma van NIOD, KITLV en het NIMH concludeerde in 2022 dat extreem geweld van Nederlandse zijde tijdens de onafhankelijkheidsoorlog wijdverbreid en vaak bewust werd toegepast en op politiek, militair en justitieel niveau werd getolereerd. Het onderzoek stelde tegelijkertijd vast dat ook aan Indonesische zijde vormen van extreem geweld werden gebruikt. De verantwoordelijkheid voor het Nederlandse optreden werd daarbij niet uitsluitend bij individuele militairen gelegd, maar ook bij de politieke en militaire leiding.

Overlijden

Graf van generaal Spoor op het Ereveld Menteng Pulo (ca. 1949)

Op 20 mei 1949 lunchte Spoor in het restaurant van de jachtclub in Tandjong Priok met zijn adjudant, ritmeester Rob Smulders. In de daaropvolgende nacht werd Smulders ernstig ziek; hij raakte tijdelijk in coma en werd opgenomen in het militair hospitaal. Dit gegeven speelde later een belangrijke rol in geruchten dat Spoor en Smulders tijdens de lunch zouden zijn vergiftigd.

Op de ochtend van 23 mei zakte Spoor tijdens zijn werkzaamheden in zijn woning in Batavia in elkaar met hevige pijn op de borst. Het hoofd van de Militair Geneeskundige Dienst, generaal-majoor dr. L.H. Simons, stelde vast dat hij een hartaanval had gehad. Spoor werd thuis verpleegd. Op 24 mei kreeg hij tijdens een ziekenbezoek van hoge vertegenwoordiger van de Kroon Louis Beel te horen dat hij tot generaal was bevorderd. De volgende dag overleed hij op 47-jarige leeftijd.

De plotselinge dood van Spoor leidde tot geruchten over vergiftiging en over een mogelijk verband met de zaak-Aernout, een onderzoek naar vermeende corruptie binnen het militaire apparaat. Voor een dergelijke samenhang is geen sluitend bewijs gevonden. Smulders schreef zelf in zijn in 1988 verschenen herinneringen dat er geen aanwijzing bestond dat hij en Spoor tijdens hun gezamenlijke lunch waren vergiftigd, al liet hij in latere interviews meer ruimte voor die mogelijkheid.

Spoors oorspronkelijke medische dossier is later volgens de voor dergelijke dossiers geldende bewaartermijn vernietigd. Een eerder door de medisch adviseur van het betrokken archief gemaakte samenvatting van de medische stukken bleef echter bewaard. Daarin staat dat uitgebreid medisch onderzoek als doodsoorzaak een acute afsluiting van de bloedcirculatie van het hart aanwees. De overlijdensverklaring werd op 2 juni 1949 opgesteld door een commissie van drie artsen van de Militair Geneeskundige Dienst onder voorzitterschap van Simons.

Spoor werkte in zijn laatste jaren zeer lange dagen en stond onder grote politieke en militaire druk. Tijdgenoten, onder wie zijn broer en Louis Beel, brachten zijn slechte lichamelijke toestand mede in verband met zijn zware werklast. De gedocumenteerde medische doodsoorzaak was echter een acute hart- en vaatstoornis.

Huwelijk

In 1923 trouwde Spoor met Louise Anna Maria Ooms (1902-1972). De journalist André Spoor (1931-2012) en de ondernemer Arnoud Spoor (1933-2009) waren kinderen uit dit huwelijk.

Na een echtscheiding hertrouwde Spoor in 1938 met Rika Cornelia Kroeze (1906-1971). Ook dit huwelijk eindigde in een echtscheiding. Op 3 april 1947 trouwde hij met Mans (Harmanna Trijntje) Dijkema (1914), die bij het Vrouwenkorps KNIL diende. Spoor had haar in 1942 bij de NEFIS leren kennen.

Eerbetoon

Borstbeeld van Spoor bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 in Roermond

Spoor ontving meerdere Nederlandse en buitenlandse onderscheidingen. Hij werd postuum benoemd tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde, was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden en bezat onder meer de Bronzen Leeuw en de Amerikaanse Medal of Freedom.

In april 2009 schonk zijn weduwe Mans Spoor-Dijkema zijn onderscheidingen aan museum Bronbeek, waar zijn uniform al werd tentoongesteld. In Ermelo is de Generaal Spoorkazerne naar hem genoemd.

Onderscheidingen

Galerij

Literatuur

Voorganger:
L.H. van Oyen
Commandant van het KNIL
1946 - 1949
Opvolger:
D.C. Buurman van Vreeden
Zie de categorie Simon Spoor van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.