Georg Hermes (Dreierwalde, 22 april 1775 – Bonn, 26 mei 1831) was een Duits rooms-katholiek priester, theoloog en filosoof. Hij was hoogleraar dogmatiek aan de universiteiten van Münster en Bonn en werd de naamgever en belangrijkste vertegenwoordiger van het hermesianisme, een theologische richting die het katholieke geloof op een methodisch-rationele wijze trachtte te funderen. Hermes ontwikkelde zijn methode in confrontatie met de moderne filosofie, in het bijzonder met Immanuel Kant en Johann Gottlieb Fichte.
Zijn streven naar een rationele verantwoording van het geloof kreeg zowel aanhangers als tegenstanders binnen het negentiende-eeuwse Duitse katholicisme. Na zijn dood veroordeelde paus Gregorius XVI in het breve Dum acerbissimas van 26 september 1835 onderdelen van zijn leer en werden verschillende van zijn geschriften kerkelijk verboden. Het debat rond zijn denken bleef daarna van invloed op de ontwikkeling van de katholieke theologie in Duitsland.
Hermes werd op 22 april 1775 geboren in Dreierwalde bij Rheine in Westfalen. Zijn vader Gerhard Hermes was landbouwer en zijn moeder heette Anna Maria Löcke. Van 1788 tot 1792 bezocht hij het gymnasium van de franciscanen in Rheine. Daarna studeerde hij aan de universiteit van Münster, waar hij zich tussen 1792 en 1798 met filosofie en theologie bezighield.
Tijdens zijn filosofische vorming kwam Hermes in aanraking met het denken van Kant en Fichte. Die confrontatie speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van zijn opvattingen over kennis, zekerheid en geloof. Latere onderzoekers hebben erop gewezen dat zijn omgang met deze filosofen niet eenvoudig als overname van hun systemen moet worden beschouwd: Hermes probeerde juist een methode te ontwikkelen waarmee de waarheid van het christelijk geloof tegenover de moderne filosofische twijfel rationeel kon worden verantwoord.
Vanaf 1798 gaf Hermes les aan het Gymnasium Paulinum in Münster. Hij doceerde er onder meer godsdienst, psychologie, wiskunde, Duits en Latijn. Op 16 februari 1799 werd hij in Münster tot priester gewijd.
In 1805 publiceerde Hermes Untersuchung über die innere Wahrheit des Christentums, waarin hij zich bezighield met de verhouding tussen de innerlijke waarheid van het christendom en de menselijke rede. Het werk droeg bij aan zijn academische reputatie. In maart 1807 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar dogmatiek aan de universiteit van Münster. Hij vervulde er tevens meerdere malen het decanaat van de katholiek-theologische faculteit.
Hermes kreeg in deze periode verschillende aanbiedingen voor andere leerstoelen. Volgens Deutsche Biographie sloeg hij onder meer een beroep naar Breslau in 1812 en een eerste uitnodiging voor de nieuw gestichte universiteit van Bonn af. In 1820 aanvaardde hij uiteindelijk een nieuw aanbod om in Bonn te gaan doceren.
In april 1820 werd Hermes gewoon hoogleraar dogmatiek aan de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn. Vanuit Bonn verwierf zijn theologische methode een bredere invloed. Zijn colleges werden niet alleen door theologiestudenten, maar ook door studenten uit andere faculteiten gevolgd.
Hermes genoot de steun van Ferdinand August von Spiegel, de aartsbisschop van Keulen. In 1825 werd hij lid van het Keulse domkapittel. Tegelijkertijd bestond er binnen de Duitse katholieke wereld toenemende kritiek op zijn theologische methode. Onder anderen geestelijken en theologen die meenden dat zijn benadering onvoldoende recht deed aan het eigen karakter van geloof en openbaring verzetten zich tegen de verspreiding van zijn ideeën.
Hermes overleed op 26 mei 1831 in Bonn. Hij werd op 29 mei begraven op de Alter Friedhof in die stad.
Het centrale probleem in het werk van Hermes was de vraag hoe christelijk geloof op een intellectueel verantwoorde wijze tot zekerheid kon komen. Zijn theologische project ontstond in een periode waarin de filosofie van Kant en het Duitse idealisme de traditionele verhouding tussen rede, kennis en religie fundamenteel ter discussie hadden gesteld. Hermes wilde daarom niet eenvoudig beginnen bij kerkelijk gezag als een reeds bewezen uitgangspunt, maar onderzocht eerst onder welke voorwaarden de menselijke rede überhaupt tot zekere kennis kan komen.
Daarbij maakte hij gebruik van methodische twijfel: overtuigingen moesten volgens zijn methode rationeel worden onderzocht voordat zij als zeker konden gelden. In zijn Philosophische Einleitung behandelde hij achtereenvolgens de mogelijkheid van zekerheid over de waarheid, het bestaan en de eigenschappen van God en de mogelijkheid van een bovennatuurlijke openbaring.
De oudere katholieke polemiek typeerde deze methode vaak zonder meer als rationalistisch. In recenter onderzoek wordt dat beeld genuanceerd. Justin Shaun Coyle wijst erop dat Hermes weliswaar een sterk rationele methode gebruikte, maar daarmee juist het rationalisme van zijn tijd dacht te kunnen bestrijden en de katholieke theologie als wetenschap te kunnen verdedigen. De term rationalisme is daarom bij de historische beschrijving van Hermes zowel een aanduiding van de kritiek die op hem werd uitgeoefend als een omstreden interpretatie van zijn eigen bedoelingen.
Voor Hermes moest de geloofwaardigheid van een goddelijke openbaring rationeel kunnen worden onderzocht. Nadat de mogelijkheid van waarheid, God en openbaring filosofisch was behandeld, wilde hij aantonen dat het christendom daadwerkelijk een goddelijke openbaring was en vervolgens dat het katholicisme de ware vorm daarvan vertegenwoordigde.
Deze werkwijze legde een grote nadruk op de rol van het kennende subject en op de rationele motivering van geloofszekerheid. De hermesiaanse school onderscheidde daarbij verschillende manieren waarop het verstand tot noodzakelijke overtuiging kon komen. Critici vonden dat hierdoor de autonomie van de menselijke rede te groot werd en dat de bovennatuurlijke aard van het geloof en de rol van de genade onvoldoende werden gewaarborgd.
Rond Hermes ontstond een groep leerlingen en medestanders die zijn methode verder ontwikkelden. Onder zijn bekendste leerlingen en verdedigers bevonden zich Johann Heinrich Achterfeld en Johann Wilhelm Joseph Braun. De door Hermes beïnvloede theologie kreeg vooral betekenis in katholieke onderwijsinstellingen binnen het Koninkrijk Pruisen.
De naam hermesianisme werd zowel voor de eigenlijke denkbeelden van Hermes als voor de bredere school van zijn leerlingen gebruikt. Het conflict over deze stroming was daardoor niet uitsluitend een debat over de teksten van Hermes zelf, maar raakte ook aan de inrichting van de katholieke theologische opleidingen, de verhouding tussen kerkelijke en Pruisische overheden en de positie van verschillende theologische richtingen in het Rijnland en Westfalen.
Hermes overleed voordat Rome een definitief oordeel over zijn theologie uitsprak. Na zijn dood werd zijn werk door kerkelijke instanties onderzocht. Op 26 september 1835 veroordeelde paus Gregorius XVI in het breve Dum acerbissimas verschillende uitgangspunten van zijn leer. Zijn geschriften werden vervolgens op de Index librorum prohibitorum, de kerkelijke lijst van verboden boeken, geplaatst.
De veroordeling betekende niet onmiddellijk het einde van het hermesianisme. Leerlingen van Hermes bleven zijn theologie verdedigen en het conflict speelde nog jarenlang een rol aan Duitse katholieke faculteiten. Volgens de negentiende-eeuwse en latere historiografie werd de veroordeling onder paus Pius IX in 1847 bevestigd.
Modern onderzoek behandelt de Romeinse veroordeling tevens als onderdeel van een bredere discussie over de reactie van de negentiende-eeuwse katholieke theologie op de moderne filosofie. Het debat over Hermes had daardoor betekenis die verder reikte dan de beoordeling van één theoloog: het ging mede over de grenzen van filosofische argumentatie binnen de theologie en over de verhouding tussen geloof, rede en kerkelijk leergezag.
Tot de belangrijkste geschriften van Hermes behoren:
Hermes voltooide zijn geplande theologische systeem niet. Een aanzienlijk gedeelte van zijn dogmatische colleges werd pas na zijn overlijden gepubliceerd.
Hermes behoort tot de katholieke theologen van het vroege negentiende-eeuwse Duitsland die intensief probeerden te reageren op de intellectuele veranderingen die door de Verlichting, de kritische filosofie van Kant en het Duits idealisme waren teweeggebracht. De langdurige controverse rond zijn methode maakte hem tot een belangrijk referentiepunt in de discussie over de verhouding tussen geloof en rede binnen het Duitse katholicisme.
Het onderzoek naar Hermes is in de eenentwintigste eeuw opnieuw toegenomen. Een in 2024 verschenen wetenschappelijke bundel behandelt behalve zijn biografie en zijn verhouding tot Kant onder meer zijn apologetiek, dogmatiek, theologische onderwijsprogramma, de netwerken van het hermesianisme en de latere receptie van zijn werk.