| Gilbert Huybens | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | 30 oktober 1949 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | musicograaf, muziekpedagoog | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Belangrijkste werken | Beiaarden en torens in België | |||
| Links | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Gilbert Huybens (Schaarbeek, 30 oktober 1949) is een Belgisch componist, musicograaf en muziekpedagoog.
Huybens volgde het Grieks-Latijns humaniora aan het Sint-Pieterscollege te Leuven en deed ook een opleiding aan het Stedelijk Conservatorium Leuven. Daarna volgde een studie aan het Koninklijk Conservatorium Brussel met docenten als Paul Barras (orgel), Peter Cabus (harmonieleer), Joel Louël en Albert Delvaux (contrapunt, die laatst ook fuga), Corneel Mertens (muziekgeschiedenis) en Victor Legley (compositieleer).
Al vanaf 1970 was Huybens zelf docent aan het Stedelijk Conservatorium Leuven en werd in 1973 medewerker van de Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde. In die hoedanigheid verzamelde hij gegevens over geestelijke en wereldlijke liederen gedrukt in de periode 1508 tot 1800, de periode van de Zuidelijke Nederlanden. Daarnaast gaf hij leiding aan het Don Boscokoor uit Kessel-Lo. Huybens was van 1988 tot 1994 voorzitter van Jeugd en Muziek Vlaanderen en initiator van de gelijknamige prijs.
Hij schreef tal van publicaties, bijdragen in tijdschriften en tentoonstellingscatalogi, met name over de volksmuziek uit Vlaanderen, maar ook over de stad Leuven. Hij publiceerde onder meer over het stadhuis en over de Sint-Pieterskerk. Huybens trad ook op als samensteller, coördinator en redacteur van een aantal geluidsdragers (elpees en cd’s) met werken van Oudvlaamse componisten. In 2015 ging hij als docent met pensioen.
In 1980 werd Huybens' bibliografie van het geestelijk en wereldlijk Vlaams volksliedboek in Zuid-Nederland van 1508 tot 1800 bekroond door het Frans M. Olbrechtsgenootschap. De stad Leuven eerde hem in 1988 met de Leuvense Persprijs. In 1996 ontving hij de Grote Prijs voor Letterkunde van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.