Gilbert Van Belle

Gilbert Van Belle
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 7 november 1947Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats VeldegemBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 27 juni 2026Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Kessel-LoBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Katholieke Universiteit LeuvenBewerken op Wikidata
Opleiding/studie­richting theologieBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Ambt hoogleraarBewerken op Wikidata

Gilbert Charles Maurice Van Belle (Veldegem, 7 november 1947 – Kessel-Lo, 27 juni 2026) was een Belgisch bijbelwetenschapper, theoloog en hoogleraar.

Levensloop

Van Belle volbracht zijn middelbare studies aan het Sint-Jozefscollege in Torhout. Hij studeerde vervolgens godsdienstwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij promoveerde tot licentiaat in de godsdienstwetenschappen (1972) en licentiaat in de theologie (1974). Zijn voornaamste leermeesters waren de hoogleraars Maurits Sabbe en Frans Neirynck.

Zijn masterthesis of licentiaatsverhandeling uit 1972 had als onderwerp De exegese van de evangelische wonderverhalen bij Rudolf Bultmann. Na het behalen van zijn eerste licentiaat, bleef hij aan de universiteit verbonden als aspirant fundamenteel onderzoek. Hij werd vervolgens administratief secretaris van het tijdschrift Ephemerides Theologicae Lovanienses (ETL) en vanaf 1979 van de bijhorende serie Bibliotheca Ephemeridum Theologicarum Lovaniensium (BETL).

Hij promoveerde in 1987 tot doctor in de theologie met het proefschrift Les parenthèses dans l’évangile de Jean. Voor dit proefschrift werd hem de grootste onderscheiding met felicitaties van de jury toegekend. Hij ontving voor dit proefschrift ook de Jozef Coppensprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. Hij kreeg een tweede maal diezelfde prijs voor zijn studie The Signs Source in the Gospel of John (1992).

In 1992 werd hij tot docent benoemd aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. In 2006 werd hij gewoon hoogleraar en behoorde tot de onderzoekseenheid Bijbelwetenschap. Van 2003 tot 2006 was hij coördinator van de Onderzoekseenheid Bijbelstudies. Hij was ook hoofdredacteur van de Ephemerides Theologicae Lovanienses (1998-2010) en van de Bibliotheca Ephemeridum Theologicarum Lovaniensium (2000-2010). In 2013 ging hij met emeritaat, en bleef nog een tijd actief als docent en onderzoeker aan zijn Faculteit.

Als exegeet specialiseerde Gilbert Van Belle zich in de studie van het Nieuwe Testament, en in het bijzonder van het Evangelie volgens Johannes. Hij publiceerde vooral over de taal, stijl, literaire kenmerken, compositietechniek en christologie van het evangelie, en over de geschiedenis van de interpretatie. Van Belle verdedigde de literaire en theologische eenheid van het evangelie, wat hij onder meer aantoonde in zijn studies van de parenthesen en de herhalingen en variaties. Daarnaast schreef hij een kritische evaluatie van de zogenaamde 'tekenbron' of semeia-Quelle (een hypothetische, traditionele verzameling wonderverhalen), die tot dan toe door veel exegeten als grondslag van de narratieve stof in het evangelie werd aangenomen. Van Belle gold als prominent vertegenwoordiger van de 'Leuvense hypothese', die stelt dat de evangelist Johannes de synoptische evangelieën in hun uiteindelijke, geredigeerde vorm kende en creatief verwerkte - een hypothese die teruggaat op het werk van Frans Neirynck en die Van Belle verder consolideerde en ontwikkelde binnen de johanneïsche vakliteratuur.

Gilbert Van Belle behoorde tot de eerste generatie van leken die een opdracht kregen in de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen. Hij werd populair onder de studenten, zowel vanwege zijn veeleisendheid als van zijn betrokkenheid bij het studentenleven. Hij hechtte ook groot belang aan het communiceren bij een breed publiek van de academisch ontwikkelde inzichten. Hij werkte hierover samen met de Vlaamse Bijbelstichting.

Publicaties Gilbert Van Belle

Literatuur