
Een gletsjerinstorting of gletsjerstorting ook wel bekend als gletsjerbreuk, ijsval of gletsjerlawine (Duits: Gletschersturz, Engels: glacier fall), is een natuurverschijnsel dat bestaat uit het plotseling afbreken en langs een helling naar beneden storten van grote hoeveelheden ijs van een gletsjer, in de vorm van een ijslawine. Soms worden alleen bijzonder grote afgebroken volumes van meer dan een miljoen m³ aangeduid als een gletsjerinstorting.[bron?]
Een neerstortende gletsjer kan gedeeltelijk smelten door de valenergie die vrijkomt, verergerd door mee vallende rotsen, waardoor de ijs- en puinmassa verderop kan veranderen in een natte puin- en modderstroom die verderop in de vallei plotselinge overstromingen veroorzaakt.
