| Graswinckel | ||
|---|---|---|
| Wapenspreuk | nemo ignavia factis immortalis | |
| Verheffing | 1908 | |
| Stamvader | Jan Jans Ruytesteyn, alias Jan Jans Graswinckel | |
| Titels |
Jonkheer | |

Graswinckel (ook: Graswinkel en: List Graswinckel) is een van oorsprong Delfts regentengeslacht, waarvan een lid in 1908 in de Nederlandse adel werd verheven.
De oudst bekende generaties van deze familie waren brouwer en droegen de naam van hun brouwerij, zoals Jan Jans en zijn zoon Gerrit Jans Ruytesteyn, naar hun brouwerij De Ruit aan de Koornmarkt in Delft. Beiden gebruikten echter ook al de naam Graswinckel. Deze familienaam is waarschijnlijk ontleend aan een driehoekig stukje land (winkel = hoek) in Den Hoorn, ten westen van Delft, dat al in 1558 in het bezit was van de familie (en bleef tot 1748).
Leden van de familie vervulden al vanaf de 16e eeuw diverse publieke functies in Delft; zij waren onder andere thesaurier, gasthuismeester, armmeester, weesmeester en veertigraad.
Bij Koninklijk Besluit van 21 juli 1908, nr 71, werd Dirk Petrus Marius Graswinckel (1836-1913) verheven in de Nederlandse adel. In 1919 werden de niet-adellijke takken opgenomen in het Nederland's Patriciaat.