
De Great Dyke is een gelaagde intrusie die zich bijna geheel van noord naar zuid uitstrekt door het centrum van Zimbabwe. De intrusie loopt net ten westen van de hoofdstad Harare.
De Great Dyke bestaat uit een band van korte, nauwe kammen en heuvels, die zich uitspreiden over een afstand van 515 kilometer. De heuvels worden hoger in het noordelijke gedeelte van de Great Dyke, en kunnen 460 meter boven het Umvukwe plateau uitsteken.
Het gebied is rijk aan metaal en mineraalerts, waaronder goud, zilver, chroom, platina, nikkel, tin, mica en asbest.
Geologisch gezien bestaat de Great Dyke uit een serie langgerekte intrusies die door een enkele gang werden gevoed. De intrusies bestaan uit verticaal gelaagd ultramafisch en mafisch gesteente. De lichamen strekken zich door Zimbabwe uit over een afstand van ongeveer 550 kilometer, met een strekking van ongeveer N10°E. De breedte van de intrusie varieert van 3 tot 12 kilometer. De Great Dyke is heeft een afwijkende vorm van andere mafische gelaagde intrusies, die vooral als horizontale platen voorkomen. De Great Dyke was vermoedelijk ooit een plaatintrusie, die door tektonische krachten is gevormd tot wat hij nu is.
Vier afzonderlijke mineraalrijke complexen zijn te herkennen: Musengezi, Hartley, Selukwe, en Wedza. Het Selukwe-complex net ten zuidwesten van Harare bevat het meeste platina.
De Great Dyke ligt in een Archeïsch kraton, en is volgens metingen meer dan 2,5 miljard jaar oud. De Great Dyke bevat grote hoeveelheden platina en chromiet, evenals magnetiet en andere ertsmineralen. Het grote Bushveld igneous complex van Zuid-Afrika ligt minder dan 500 kilometer ten zuiden van de Great Dyke.
De Great Dyke werd voor het eerst beschreven in 1867 door de ontdekkingsreiziger Carl Mauch. Het duurde echter nog tot 1918 voordat men besefte welke rijkdommen de Great Dyke bevatte.