Groepsdenken (Engels: groupthink) is een psychosociaal fenomeen, waarbij een groep - van op zich zeer bekwame personen - zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert. Het ontstaat als groepsleden primair letten op het behoud van overeenstemming en eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van een kritische overweging van de feiten.
De groepsdenken-theorie is in de jaren 70 ontwikkeld door de Amerikaan Irving Janis. De term "Groupthink" verwijst naar het "Doublethink" uit George Orwells roman "1984", waarbij ook een dubbelzinnige rol wordt toebedeeld aan gedachten. Groupthink wordt door Janis omschreven als a mode of thinking that people engage in when they are deeply involved in a cohesive in-group, when the members' strivings for unanimity overrides their motivation to realistically appraise alternative courses of action.
Groepsdenken is een denkwijze die plaatsvindt bij mensen die nauw met elkaar samenwerken, daarbij een hechte groep vormen en die zoveel waarde hechten aan een unanieme mening, dat deze unanimiteit belangrijker wordt geacht dan een kritische rationele instelling.
De groepsleden leggen meer nadruk op het 'wij'-gevoel en zullen daardoor minder gemakkelijk kritiek uiten of informatie die de groepsvisie tegenspreekt, van zowel binnen als van buiten de groep, toelaten.
Er ontstaat in het meest extreme geval een soort geloofsgenootschap die overtuigd is van zijn eigen gelijk, ongeacht de feiten.
Antecedenten zijn kenmerken die voorafgaand aan groepsdenken kunnen worden waargenomen. Hoe sterker een groep deze kenmerken vertoont hoe vatbaarder men is om slachtoffer te worden van groepsdenken. Volgens Janis liggen de volgende groepskenmerken aan de basis van groepsdenken:
Deze kenmerken (antecedenten) samen kunnen groepsdenken veroorzaken. Een groep die aan groepsdenken lijdt kan hiervan symptomen vertonen.
Als de antecedenten er toe hebben geleid dat groepsdenken optreedt, dan kunnen er bepaalde symptomen waarneembaar zijn bij de betrokken groep. Ook zal het beslissingsproces bepaalde symptomen vertonen. Deze symptomen, door Janis beschreven, zijn:
Deze symptomen zijn kenmerkend voor een groep die lijdt aan groepsdenken. Dit kan leiden tot een besluit met een lage slagingskans. Er zijn echter maatregelen om groepsdenken te voorkomen.
Groepsdenken is echter niet iets absoluuts. Het is met de nodige maatregelen te voorkomen. Naast het formuleren van kenmerken, investeert Janis ook aandacht voor hoe men aan deze maatregelen tegemoet kan komen. Als men deze voorzorgsmaatregelen neemt, kan men groepsdenken voorkomen of althans toch verminderen. Op basis van de theorie is een aantal maatregelen beschreven, om de kans op groepsdenken te verminderen: