Staatsrecht

Nederlandse Grondwet

Het staatsrecht, grondwettelijk recht of constitutioneel recht is het recht inzake de staat als organisatorisch verband. Het heeft betrekking op de organen van de staat, op de instelling ervan, hun bevoegdheden, hun verhouding tot elkaar en die tot de burgers.

Het staatsrecht is een onderdeel van het publiekrecht.

Men zou kunnen zeggen dat het bestuursrecht of administratief recht ondergeschikt is aan het staatsrecht, omdat het bestuursrecht beschrijft hoe organen de bevoegdheden, die hen krachtens staatsrecht zijn toebedeeld, kunnen gebruiken. Meer verdedigbaar is de opvatting dat het bestuursrecht beperkter is, in de zin dat het betrekking heeft op het recht betreffende de uitvoerende macht. Bovendien focust bestuursrecht op het recht tussen burgers en overheid

Geschiedenis

De geschiedenis van het staatsrecht in de westerse wereld begint in het oude Griekenland, waar wettelijk werd vastgelegd hoe de besluitvorming binnen de polis (de stadstaat) diende te gebeuren.

Belangrijk zijn ook de ontwikkelingen in het Romeinse Rijk.

Het moderne staatsrecht komt op in de renaissance, als in Europa steeds meer centralisatie plaatsvindt in het openbaar bestuur.

Functies van het staatsrecht

Er kunnen drie functies van het staatsrecht onderscheiden worden: de constituerende, de attribuerende, en de regulerende functie.

Constituerende functie

Deze functie behelst het instellen van ambten. Bijvoorbeeld artikel 97 lid 1 van de Nederlandse grondwet: Ten behoeve van (...) is er een krijgsmacht. Met de constituerende functie worden ambten en organen in het leven geroepen.

Attribuerende functie

Deze functie betreft het toekennen van bevoegdheden. Het staatsrecht stelt vast welke organen met welke taken in het staatsapparaat belast zijn. Bijvoorbeeld kent artikel 81 van de Nederlandse grondwet aan regering en Staten-Generaal gezamenlijk de bevoegdheid toe wetten te maken.

Regulerende functie

Deze functie betreft het vaststellen van de begrenzing van de staatsmacht, en van de macht van de verschillende organen. Deze functie van het staatsrecht is met name van belang bij constitutionele (en andere niet-absolutistische) staats- en regeringsvormen. De regulerende functie begrenst de uitoefening van de taken, die door de attribuerende functie aan de (door de constituerende functie in het leven geroepen) organen zijn toebedeeld. Een bepaling met een regulerende functie is bijvoorbeeld artikel 1 van de Nederlandse grondwet, dat een verbod van discriminatie behelst: de bevoegdheid die wet en grondwet toekennen aan wetgever, uitvoerende macht en rechter wordt altijd begrensd door dit verbod.

Op andere Wikimedia-projecten