Gustave Pecsteen

Baron Gustave Honoré Jacques Philippe Pecsteen (Brugge, 16 november 1804 - Ruddervoorde, 3 maart 1894) was een Belgische politicus. Hij was burgemeester van Ruddervoorde en senator.

Biografie

Familie

Jhr. Gustave Pecsteen (baron bij Koninklijk Besluit van 12 februari 1851) was de zoon van jhr. Jacques-Philippe Pecsteen, heer van Buytswerve, burgemeester van Ruddervoorde en griffier en ontvanger van de baronie van Maldegem.

Hij trouwde in 1831 in Brugge met Sylvie de Vrière (1811-1901), dochter van baron Aloïs de Vrière, schepen van Brugge en provincieraadslid van West-Vlaanderen, en zus van baron Adolphe de Vrière, volksvertegenwoordiger, gouverneur van Namen, Henegouwen en West-Vlaanderen en minister van Buitenlandse Zaken. Hun dochter Leonie (1832-1901) trouwde met Jules de Bie de Westvoorde, burgemeester van Sint-Kruis en hun dochter Henriette (1833-1914) trouwde met diens broer, Louis de Bie de Westvoorde, burgemeester van Oostkamp. Hun enige zoon was baron Arthur Pecsteen, schepen van Brugge en volksvertegenwoordiger. Ze waren de grootouders van baron Raymond Pecsteen.

Loopbaan

Pecsteen behaalde zijn doctoraat in de rechten aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij hield zich voornamelijk bezig met het beheer van zijn aanzienlijke domeinen die zich uitstrekten over de gemeenten Ruddervoorde, Waardamme, Poperinge, Oudenburg, Ettelgem, Maldegem, Elverdinge, Heule en Hoogstade. Daarnaast bezat hij huizen in Brugge en Brussel.

Hij werd vaak aangeduid met de naam Pecsteen-de Vrière, om hem te onderscheiden van andere Pecsteens die in het openbare leven optraden.

Kasteel Pecsteen in Ruddervoorde

In de vanaf 1840 politiek scherper afgelijnde kampen, bevond hij zich in het liberale. Hij behoorde in 1846 tot de stichters van de Union libérale in Brugge en in 1848 tot die van de Liberale Associatie, waar hij ondervoorzitter van was. Hij werd ook bestuurslid van de provinciale liberale associatie.

In juli 1848 werd Pecsteen verkozen tot provincieraadslid van West-Vlaanderen voor het kanton Torhout. Hij nam ontslag in 1851 wegens onverenigbaarheid na zijn verkiezing tot senator. In 1860 werd hij opnieuw verkozen en bleef provincieraadslid tot hij in 1866 niet werd herkozen.

In oktober 1848 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid en benoemd tot[burgemeester van Ruddervoorde. Hij bleef dit, tot hij in 1866 niet werd herkozen.

In maart 1851 werd hij verkozen tot senator voor het arrondissement Oostende-Veurne. Hij bleef dit tot in 1859.

Hoewel hij zijn voornaamste activiteiten in Ruddervoorde ontwikkelde, was Pecsteen ook in Brugge actief. Zo was hij:

Literatuur

Voorganger:
?
Burgemeester van Ruddervoorde
1848 - 1866
Opvolger:
?