Guus Becker

Guus Becker (Batavia (Nederlands-Indië), 11 april 1918 – 2002) was een Nederlands-Indische krontjongzanger. Hij gold als een van de prominente stemmen van de krontjong asli en werkte samen met artiesten als Wieteke van Dort, Gerard Cox, Willem Nijholt en Elly Ruimschotel. Hij zong onder meer met de formaties De Nachtsirenen en Lief Java.

Van kinds af aan was Becker actief in de krontjongmuziek. Als jongen van negen jaar was hij al “gek van krontjong” en trok hij zingend en spelend met bandjes door de straten van Batavia. Krontjong was voor hem een levenslange passie; hij benadrukte steeds het improvisatorische karakter van de echte krontjong asli, in tegenstelling tot meer gestructureerde moderne varianten. In Nederland bleef hij optreden op Indische evenementen zoals de Pasar Malam Besar, waar hij tot op hoge leeftijd als gastzanger optrad.

Guus Becker
Guus Becker (paspoortfoto, 1951)
Guus Becker (paspoortfoto, 1951)
Persoonsgegevens
Volledige naam Guus Becker
Geboortedatum 11 april 1918
Geboorteplaats Batavia
Overlijdensdatum 2002
Land Nederland
Opleiding en werk
Beroep(en) Zanger
Genre(s) Krontjong
Tijdlijn en statistieken
Jaren actief 1936 – 2002
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Biografie

Guus Becker werd geboren op 11 april 1918 in Batavia. Hij hechtte eraan te benadrukken dat hij in Batavia was geboren, niet in het latere Jakarta, en dat het Indië van zijn jeugd fundamenteel anders was dan het Indonesië van na de onafhankelijkheid.

Voor de oorlog werkte hij als opzichter bij een gasmaatschappij. Hij was pas getrouwd toen hij werd gemobiliseerd bij het KNIL.

Militaire loopbaan en krijgsgevangenschap

Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Becker bij het KNIL als soldaat 2de klasse (later korporaal) en functioneerde hij als motorrijder voor de 1ste Afdeling Houwitsers Artillerie in Batavia. Zijn broer Fred Becker diende eveneens bij het KNIL.

Beide broers werden op 8 maart 1942 krijgsgevangen gemaakt tijdens de Slag om Java. Ze werden via het troepentransportschip Tofuku Maru 2 naar Japan vervoerd, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden in werkkamp Sendai 4B (Ohashi, Iwate) in de ijzermijnen van Kamashi moesten werken. Becker was tijdens zijn gevangenschap actief in het verzet tegen de Japanners. Hij werd in september 1945 bevrijd door het Rode Kruis. Over de omstandigheden zei hij later: “Als krijgsgevangene ben je levenslang veroordeeld, want je weet niet wanneer en óf je ooit vrijkomt.” En: “Ze kunnen het lichaam breken, maar de geest kunnen ze nooit breken.”

Na de bevrijding keerde hij terug naar Nederlands-Indië en diende opnieuw bij het KNIL van 1946 tot 1949. Hij ontving onder meer de Draaginsigne Gewonden, het Oorlogsherinneringskruis, het Orde en Vrede-ereken (met gevechtsgespen 1946-1947-1949), het Onderscheidingsteken voor Langdurige, Eerlijke en Trouwe Dienst en de bronzen Eremedaille in de Orde van Oranje-Nassau.

Later diende hij tevergeefs een aanvraag in voor een verzetskruis; de aanvraag kwam twee weken te laat. Hij schreef daarop: “Ik heb het verzetskruis niet aangevraagd om het op mijn borst te dragen, maar om boven mijn bed te hangen.”

Repatriëring naar Nederland

In 1951 repatrieerde Becker op eigen kosten naar Nederland. Hij weigerde de Indonesische nationaliteit aan te nemen met de woorden: “Nee, ik ben Nederlander en ik blijf Nederlander.” Hij werd aanvankelijk opgevangen in pension De Vries in Callantsoog. Over de ontvangst zei hij later lachend: “Ze noemden ons Indianen. Café De Vries had nog nooit zoveel klandizie gehad. Het zat vol Hollanders! Iedereen wilde Indianen kijken!”

Later vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij werkte bij het Gemeentelijk Energie Bedrijf. Hij sprak openhartig over de moeizame integratie, discriminatie (“Bah, het stinkt hier naar knoflook”) en het gebrek aan erkenning voor de ervaringen van Indische repatrianten. De oorlogservaringen werden volgens hem “in de doofpot gestopt”. Hij wachtte tot zijn dood op achterstallige KNIL-soldij over 3½ jaar dienst.

Muzikale loopbaan

Becker begon al op jonge leeftijd met krontjong. Hij zong onder meer met De Nachtsirenen (later opgegaan in of verwant aan Lief Java) en met Krontjong Orkest Lief Java onder leiding van Hugo Dumas. Zijn stem, samen met die van Leo Spel, werd door veel Indische Nederlanders als exemplarisch voor de krontjong asli beschouwd.

Hij benadrukte het verschil tussen de traditionele, improvisatorische krontjong en latere, meer vastgelegde varianten: “Je kunt krontjong gewoon niet op noten zetten. Het is pure improvisatie. […] Bij moderne krontjong is het precies andersom.” Over de herkomst zei hij dat Tugu (Toegoe) de bakermat was en dat de Portugese invloed dominant is.

In Nederland bleef hij tot op hoge leeftijd optreden, onder meer als gastzanger op de Pasar Malam Besar. In 1981 werkte hij mee aan De Koempoelan van Tante Lien met Wieteke van Dort en anderen. Hij was ook te horen in de televisieserie The Late Late Lien Show.

Discografie (selectie)

Guus Becker heeft geen uitgebreide solo-discografie nagelaten. Hij is vooral bekend door ensemble-opnames en live-registraties.

Albums

Bekende nummers en opnames

Veel van deze nummers zijn beschikbaar op platforms als Spotify en YouTube als live- of studio-opnames uit de jaren 1960–1980.