
Hans Trapp is een Alemannische winterfiguur, vaak de gezel van Sinterklaas of het Christkind.
Een spottend gedicht van de kinderen luidde als volgt: Hanstrapp, kumm erab, mit de lange Zipfelkapp ... ("Hanstrapp, kom naar beneden, met je lange puntmuts...") Het uiterlijk en de kleding van Hans Trapp wordt beschreven in een Alemannisch-Duits gedicht uit de Elzas.
| Alemannisch | Vertaling |
|---|---|
|
Schoi, do kummt d’r Hans Trapp. |
Hé, daar komt Hans Trapp aan. |
Zijn equivalenten zijn te vinden in andere talen of landen: Zwarte Piet in Nederland en Vlaanderen, Knecht Ruprecht in Noord-Duitsland, Houseker in Luxemburg, Klaubauf in Beieren en Oostenrijk, Belsnickel of Pelznickel in West-Duitsland, Schmutzli in Zwitserland, Père Fouettard in Frankrijk, en andere.
De figuur is ontstaan vanuit de historische Hans von Trotha (ca. 1450 – 1503). Hij was een Duitse ridder en maarschalk van de keurvorst van de Palts. Dr. Henri Torlotting schrijft in de "Heimet": "Hij was een zeer gemene schurk, een roversridder; hij tiranniseerde het volk tot het einde van zijn heerschappij."