| Haradin Bala | ||
|---|---|---|
| Bijnaam | "Shala" | |
| Geboren | 10 juni 1957 Gllogovc | |
| Overleden | 31 januari 2018 | |
| Aangeklaagd voor | willekeurige gevangenneming, wrede behandeling, foltering en moord | |
| Veroordeeld voor | wrede behandeling, foltering en moord | |
| Straf | 13 jaar | |
Haradin Bala (bijnaam: "Shala") (10 juni 1957 - 31 januari 2018) was een Albanese commandant van het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK). Bala werd in 2005 als oorlogsmisdadiger veroordeeld door het Joegoslaviëtribunaal vanwege zijn aandeel als gevangenbewaarder in een detentiekamp gedurende de Kosovo-oorlog (1998-1999). Op 25 juli gaf hij als bevelhebber binnen een UÇK-eenheid opdracht civiele gevangenen te executeren.
Gedurende de Kosovo-oorlog sloot Bala zich aan bij het Bevrijdingsleger van Kosovo. Bala kreeg binnen het UÇK een taak als gevangenbewaarder in het Lapušnik-detentiekamp en had een leidinggevende rol binnen de eenheid.
In juli 1998 veranderde de situatie in het gebied rond Lapušnik. Servische veiligheidstroepen voerden militaire operaties uit en het UÇK trok zich in verschillende gebieden terug. Toen het kamp werd verlaten, werden gevangenen vanuit Lapušnik weggevoerd. Op 25 juli 1998 werden gevangenen naar het "Berisha-gebergte" gebracht. Daar werden de gevangenen, Serviërs en Albanezen, in verschillende groepen verdeeld. Een deel van hen werd vrijgelaten. Een andere deel van de gevangenen werden verder het gebergte in gebracht en vermoord.
Het Joegoslaviëtribunaal klaagde hem aan en stelde vast dat Haradin Bala persoonlijk betrokken was bij deze gebeurtenissen als bevelhebber. Op 17 februari 2003 werd Haradin Bala door het KFOR gearresteerd. Kort daarna werd hij overgebracht naar het detentiecentrum in Den Haag. Bala stond terecht samen met Fatmir Limaj en Isak Musliu, twee andere voormalige UÇK-leden die in verband werden gebracht met het Lapušnik-kamp. Het proces tegen Bala, Limaj en Musliu begon in november 2004. Op 30 november 2005 werd Haradin Bala schuldig bevonden aan marteling, wrede behandeling en moord maar vrijgesproken voor de aanklacht van willekeurige gevangenneming. Hij werd veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf. Limaj en Musliu werden vrijgesproken.
In 2008 werd Bala vanuit Den Haag overgeplaatst naar Frankrijk om daar de rest van zijn gevangenisstraf uit te zitten. Hij had op dat moment al meerdere jaren in voorarrest doorgebracht. Uiteindelijk kwam hij eerder vrij dan de oorspronkelijke duur van dertien jaar. Zijn vervroegde vrijlating vond plaats in december 2012. Daarna keerde Bala terug naar Kosovo.
Haradin Bala overleed op 31 januari 2018. Zijn dood kreeg in Kosovo aandacht vanwege zijn verleden als UÇK-strijder. In het Kosovaarse parlement werd een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis.