Harold Primat

Harold Primat
Harold Primat tijdens de 6 uur van Silverstone in 2011.
Harold Primat tijdens de 6 uur van Silverstone in 2011.
Geboren 12 juli 1975
Geboorteplaats Parijs
Nationaliteit Vlag van Zwitserland Zwitserland
Portaal  Portaalicoon   Autosport

Harold Primat (Neuilly-sur-Seine, Frankrijk, 12 juli 1975) is een Zwitsers autocoureur.

Carrière

Primat begon zijn autosportcarrière in het karting. Later ging hij naar diverse racescholen, zoals die van Max Mygale en Winfield in Frankrijk als in het Jim Russell Centre in het Verenigd Koninkrijk. In 1999 debuteerde hij in de U.S. F2000 in de Verenigde Staten, waar hij in twee seizoenen achtereenvolgens twaalfde en zestiende in de eindstand werd. In 2001 keerde hij terug naar Europa om deel te nemen aan het Brits Formule 3-kampioenschap. Hij reed hier in de Scholarship-klasse voor Diamond Racing en werd twaalfde in het klassement. In 2002 bleef hij actief in de klasse en verbeterde hij zichzelf naar de elfde plaats in de eindstand.

In 2003 stapte Primat over naar de nieuwe Formule 3 Euroseries, waarin hij voor Saulnier Racing uitkwam. Hij kende een lastig jaar met een vijftiende plaats op de Norisring als beste race-uitslag, waardoor hij op plaats 34 in het kampioenschap eindigde. Daarnaast debuteerde hij dat jaar ook in de enduranceracerij in de V de V Endurance Series. In 2004 stapte hij over naar de World Series Lights, waar hij zijn samenwerking met Saulnier voortzette. Met drie podiumplaatsen op de Lausitzring, het Autódromo do Estoril en het Circuit Ricardo Tormo Valencia werd hij met 83 punten zesde in het klassement. Tevens reed hij opnieuw in de V de V Endurance Series, waar hij tweede werd. Hij miste de titel op een haar na vanwege zijn verplichtingen in de World Series Lights.

In 2005 stapte Primat definitief over naar de enduranceracerij. Hij in de 12 uur van Sebring tweede in de LMP2-klasse. Vervolgens debuteerde hij in de Le Mans Endurance Series, waar hij in de LMP2-klasse begon en gedurende het seizoen overstapte naar de LMP1-klasse. In de laatstgenoemde was een zevende plaats op Istanbul Park zijn beste resultaat. Verder maakte hij dat jaar zijn debuut in de 24 uur van Le Mans, maar hierin wist hij de finish niet te halen.

In 2006 keerde Primat terug naar de hernoemde Le Mans Series (LMS), waarin hij voor het team Swiss Spirit uitkwam. Hij eindigde, samen met Marcel Fässler, op het Circuit de Spa-Francorchamps en het Circuito Permanente del Jarama op het podium en werd met 19 punten vijfde in de LMP1-klasse. Ook debuteerde hij dat jaar in de 24 uur van Daytona, waarin hij niet aan de finish kwam.

De auto van Harold Primat voorafgaand aan de 24 uur van Le Mans in 2007.

In 2007 stapte Primat binnen de LMS over naar regerend kampioen Pescarolo Sport. Hij kwam enkel op Spa-Francorchamps op het podium terecht en werd met 16,5 punten zevende in de eindstand. Ook bereikte hij voor het eerst de finish in de 24 uur van Le Mans op de zesde plaats in de LMP1-klasse als teamgenoot van Christophe Tinseau en Benoît Tréluyer. In 2008 bleef hij bij Pescarolo in de LMS en haalde hij samen met Tinseau een podiumfinish op het Autodromo Nazionale Monza, waardoor hij met 13 punten achtste werd. In de 24 uur van Le Mans werd hij met Tinseau en Tréluyer zevende.

In 2009 werd Primat onderdeel van het fabrieksteam van Aston Martin Racing, dat voor het eerst sinds 1989 terugkeerde in de hoogste klasse van de enduranceracerij, als teamgenoot van Darren Turner en Miguel Ramos. Hij behaalde een podiumplaats op de Nürburgring en werd met 21 punten vierde in de eindstand. In de 24 uur van Le Mans reed hij met Stuart Hall en Peter Kox, maar kwam hij niet aan de finish.

In 2010 werd Primat door Aston Martin enkel ingeschreven voor de eerste en de laatste race van de LMS, maar stond hij op het Circuit Paul Ricard wel samen met Adrián Fernández en Stefan Mücke op het podium. Ook nam hij deel aan de eerste twee races van de American Le Mans Series (ALMS) tijdens de 12 uur van Sebring en op het Stratencircuit Long Beach, waarin hij allebei op het podium eindigde. In de 24 uur van Le Mans werd hij zesde, wat aan het eind van zijn loopbaan zijn beste resultaat in de race zou blijken.

Harold Primat tijdens de 24 uur van Le Mans in 2011.

In 2011 reed Primat in de laatste twee races van de ALMS. Samen met Fernández en Mücke won hij de race op Laguna Seca. Ook reed hij in de laatste drie races van de Intercontinental Le Mans Cup en behaalde hier een podiumfinish tijdens de Petit Le Mans. Aan het eind van het jaar verliet Aston Martin vanwege de nieuwe, onbetrouwbare motor de LMP1-klasse en moest Primat een ander team zoeken.

In 2012 stapte Primat over naar het nieuwe FIA World Endurance Championship, waar hij voor het privéteam Rebellion Racing in de LMP1-klasse reed. In deze hoedanigheid kwam hij in aanmerking voor de LMP1 Trophy. Hij won samen met Andrea Belicchi twee races, de 6 uur van Silverstone en de 6 uur van Shanghai, waardoor Rebellion de LMP1 Trophy won. Deze klasse had dat jaar geen apart klassement, maar Primat eindigde wel als achtste in het algemeen kampioenschap.

In 2013 stapte Primat over naar de GT-racerij en debuteerde hij in de Blancpain Endurance Series voor Phoenix Racing als teamgenoot van Oliver Jarvis en Christopher Haase. Een vierde plaats in de 24 uur van Spa-Francorchamps was zijn beste race-uitslag en hij werd met 24 punten gedeeld tiende in de eindstand. Ook werd hij vierde in de 12 uur van Bathurst.

In 2014 stapte Primat over naar HTP Motorsport en werd hier teamgenoot van Nico Verdonck en, afwisselend, Maximilian Buhk en Bernd Schneider. Zijn beste resultaat was een vierde plaats op Paul Ricard en hij werd met 52 punten zesde in de eindstand. In 2015 was hij bij HTP teamgenoot van Vincent Abril en Mike Parisy. Een negende plaats in de 24 uur van Spa-Francorchamps was zijn enige top 10-resultaat en hij werd met 10 punten twintigste in het kampioenschap.

Na het seizoen 2015 stopte Primat als professioneel autocoureur om zich op andere projecten te richten. Sinds 2016 is hij actief als investeur bij diverse startupbedrijven.