Deze hartegels hadden een met gladde knobbeltjes bedekte, hartvormige schaal, die op zijaanzicht ovaal was en een vlakke onderkant had. Daar bevonden zich respectievelijk de mond aan de voorzijde en de anus aan de achterzijde. De duidelijk afgetekende bloembladvormige ambulacra (deel van het skelet, waarin de voetjes van het watervaatstelsel zijn gelegen) waren gelegen in groeven. Aan de voorrand bevond zich een groeve die diende voor het transport van voedsel naar de mondopening. De normale diameter bedroeg ongeveer 4cm.
Leefwijze
Vertegenwoordigers van dit geslacht bewoonden ondiepe wateren. Ze leefden gedeeltelijk ingegraven in het zand. Voedsel, dat werd verkregen uit het sediment, werd via de groeve aan de voorrand naar de mondopening doorgeschoven.