Het leven van Hendrik Pierson, lid van de familie Pierson en zoon van de koopman Jan Lodewijk Gregory Pierson en de schrijfster Ida Oyens (lid van de familie Oijens), stond in het teken van het Réveil. Pierson studeerde godgeleerdheid aan de Universiteit van Utrecht. In 1857 werd hij predikant in Heinenoord. Twaalf jaar later werd hij dominee in 's-Hertogenbosch. Naast zijn predikantschap schreef hij ook een aantal boeken en theologische tijdschriften, zoals het Theologisch Tijdschrift, Stemmen voor waarheid en vrede, Nieuw en Oud en Magdalena. Verder gaf hij ook preken uit. In 1876 werd hij in Zettendirecteur van de Heldring-gestichten, een opvang voor „gevallen vrouwen” (prostituees, ongehuwde moeders e.d.). Volgens het Réveil konden „boetvaardige gevallen vrouwen” gered worden door kennismaking met het evangelie. Men ving in de opvanghuizen ook meisjes op die het slachtoffer waren van een verwaarloosde opvoeding of zelfs door hun ouders verstoten en in 1882 verrees het Magdalenahuis voor ongehuwde moeders.
Pierson had veel contacten in de politiek, waardoor hij prostitutie op de politieke agenda wist te krijgen. In 1889 werkte hij samen met premier Æneas Mackay om toe te werken naar een verbod. Dit kwam er uiteindelijk in 1911, als onderdeel van de Zedelijkheidswet van het confessionele Kabinet-Heemskerk.
Het geschrift De Bossche schoolkwestie is een uitwerking van een eerdere bijdrage in Stemmen voor waarheid en vrede. De directe aanleiding van het geschrift is een volgens Pierson ondeugdelijk verlopen aanstellingsprocedure van een rooms-katholieke hoofdonderwijzer aan een openbare school. Pierson stelt dat het college van burgemeesters en wethouders - dat over de benoeming van de hoofdonderwijzers ging - en de protestanten in 's-Hertogenbosch zich onterecht beriepen op het beginsel van neutraliteit, terwijl in de praktijk de rooms-katholieken hun invloed zouden uitbreiden. Volgens Pierson stond hierdoor de deugdelijkheid van het onderwijs, alsook de vrijheid van geheel Nederland op het spel. De Bossche schoolkwestie is een pamflet geschreven met het doel om gelden in te zamelen, teneinde een eigen protestants-christelijke school op te richten. Het pamflet is mede ondertekend door Alexander de Savornin Lohman als deel van het bestuur der "Vereeniging tot oprichting eener Protestantsche school te 's Hertogenbosch".
Pierson plaatst zijn persoonlijke standpunten in deze kwestie binnen de ethische theologie van Daniël Chantepie de la Saussaye. De kern hiervan is volgens Pierson het recht van de mens om waarachtig te kunnen handelen zowel in de private als de publieke sfeer.
De vier betrokken hoofdonderwijzers in deze kwestie geven in een open brief een reactie op Pierson. Uit dit geschrift blijkt dat Pierson ten tijde van De Bossche schoolkwestie zelf twee kinderen heeft zitten op een van de betrokken openbare scholen.
Familie
Hendrik Pierson was een broer van:
Allard Pierson, historicus, predikant, taalkundige en theoloog
Hendrik Pierson was getrouwd met Hermine Kolff (1833-1870), die hem twee dochters en vier zoons schonk. Zijn tweede huwelijk met Petronella Oyens (1834-1907), een nicht, bleef kinderloos.
Bibliografie
De Heilige steenen in Israël, Rotterdam 1864
Baetyliëndienst, Amsterdam 1866
De heerschappij der bourgeoisie in de Nederlandsch Hervormde Kerk, in De Gids, maart 1869
Afscheidswoord aan mijne gemeente te Heinenoord, 's-Hertogenbosch 1869
Christelijke beschouwing van de jongste verkiezing voor den gemeenteraad te 's-Hertogenbosch, 's-Hertogenbosch 1871
Het Piusfeest op 16 juni 1871 van Protestantsche zijde beschouwd, 's-Hertogenbosch 1871
De onrechtvaardige rechter, 's-Hertogenbosch 1871
De Bossche schoolkwestie, Amsterdam 1874
Eene Protestantsche school voor Lager onderwijs, in Stemmen voor Waarheid en Vrede, oktober 1874
Een boekbespreking van J.E. Helge- Natuurkunde voor Nederlandse scholen, in De Wekker, 5 juli 1876
Catechismus van de Schoolkwestie voor Eerstbeginnenden, Amsterdam 1876
Bogaerts. A.M., e.a. (1874): Open brief aan den heer H. Pierson, Predikant te 's-Hertogenbosch. Of De Bossche schoolkwestie, beschouwd in het licht der waarheid en der werkelijkheid door de vier openbare Hoofdonderwijzers alhier. 's-Hertogenbosch: J.J. Arkesteyn & zoon
Pierson. H. (1874): De Bossche schoolkwestie. Amsterdam: W.H. Kirberger
Vries, Petra de (2000): Duel met Hendrik Pierson. Mannelijke seksualiteit en de Nederlandse natie rond 1900, Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 20, 18-40, ISBN 9068611925
Literatuur
Schram. P.L. (1968): Hendrik Pierson: Een hoofdstuk uit de geschiedenis van de inwendige zending, Kampen: J.H. Kok
Leeuw, N. de (2012): Niet door kracht of door geweld, maar door mijn geest zal het geschieden: Dominee Pierson en het liberale denken van gelovigen, Liberaal Reveil 53, 104-107
↑Petrus Koenders(1995).Tussen Christelijk Réveil en Seksuele Revolutie. Bestrijding van de zedeloosheid in Nederland, met nadruk op de repressie van homoseksualiteit. Universiteit van Leiden,pp. 86.