Hij had een grote invloed op de artistieke ontwikkeling van Charles Dehoy, die na de eeuwwisseling via zijn vriend Ferdinand Schirren ook tot de Cercle Labeur was toegetreden.
Op 22 oktober 1902 huwde hij in Elsene met Marie Céline André Capron. Zij zal later dikwijls door hem geportretteerd worden.
In 1905 verhuisde hij naar Montmartre. Hierdoor wordt hij tot de schilders van Montmartre gerekend. Vandaar reisde hij diverse malen naar La Baule en omgeving waar hij verschillende werken maakte. Ook in Nantes en Seine-et-Oise zou hij regelmatig verblijven.
Hij werd een bekend kunstschilder die dikwijls deelnam aan exposities. Hij had een bijzondere reputatie als portretschilder.
1919 verzorgde hij samen met Paul Signac, Henriette Tirman en andere kunstenaars de illustraties in houtsnede voor het tijdschrift La Gerbe.
"Le peintre Henry Ottmann se tue en automobile" in Le Petit Parisien van 2 juli 1927
Hij stierf in Vernon op 1 juni 1927 ten gevolge van een auto-ongeluk.
Exposities (selectie)
1903: "La Libre Esthétique" in Brussel met drie verschillende zichten op het station Brussel-Luxemburg (Elsene).
1926: galerie L. Dru (Parijs) en in de Parijse galerie La Palette Française
1927: galerie Armand Drouand.
Werken
Henri Ottmann liet een zeer divers oeuvre na. Hij wijdde zich vooral aan de moderne onderwerpen van zijn tijd zoals treinstations en boulevards, maar hij interesseerde zich ook voor landschappen, vooral die van zijn geboortestreek, die hij kleurrijk en met veel gevoel afbeeldde.
De werken van Henri Ottmann worden onderverdeeld in portretten en zelfportretten, landschappen zwaarbewolkte luchten, vrouwen in diverse verschijningen, populaire taferelen, bloemen, waterlopen en zeezichten.
In 1903 exposeerde hij op de tentoonstelling van La Libre Esthétique in Brussel drie zichten op het station Brussel-Luxemburg (grondgebied Elsene) in verschillende atmosferische omstandigheden (wind, vorst, mist), waaronder het schilderij Station Brussel-Luxemburg (1903) een van zijn meesterwerken, dat zich nu in het Musée d'Orsay bevindt. Vanaf het station Brussel-Luxemburg vertrokken in die tijd de treinen naar het zuiden van het land. Het werk is in de open lucht geschilderd of in ieder geval begonnen. Voor zijn compositie staat de schilder op een brug die de sporen overspant. De kleuren doen denken aan Renoir voor wie Ottmann een grote bewondering had. Maar ook bij Monet haalde hij inspiratie. Van Station Saint-Lazare: signalen (1877, Hannover, Niedersachsisches Landesmuseum) ontleende hij het motief van het signaal dat abrupt uit het frame komt. Het vogelperspectief zorgt voor een enorme ruimte op de voorgrond waar de kunstenaar om louter decoratieve redenen met het repetitief patroon van de rails speelt.
In het begin van de 20ste eeuw start hij met zijn naakten in de openlucht.
Zijn landschappen, zoals Het strand van Pornichet uit 1920 en Haven van Marseille, zijn beïnvloed door het fauvisme.
Het Museum voor Schone Kunsten van Nantes bezit een tiental schilderijen van de schilder, waaronder L'Étal Marseillais, L'Erdre au pont d'Orléans en Portret van de kunstenaar.
Het schilderij La Gare du Luxembourg in Brussel wordt bewaard in Parijs in het Musée d'Orsay.
Het Fonds National d'Art Contemporain bewaart een aantal van zijn werken, waaronder Courtisane Endormie (1920).
Bij de voorstelling van de expositie "Modernités plurielles" in het Musée National d'Art Moderne in Parijs in de periode 2013-2015 werd Ottmanns Courtisane Endormie ondergebracht bij de "academische schilders". Dit doek bevond zich te midden van De geboorte van Venus van Alexandre Cabanel en De naakten van Rafael.
Galerij
Œuvres d'Henri Ottmann
Station Luxemburg in Brussel (1903), Parijs, Musée d'Orsay
Station Luxemburg in de ochtendmist
Gare du Luxembourg (vorst)
Madame Ottmann
Courtisane Endormie (1920), Parijs Centre Pompidou
Saint-Tropez (1927), Parijs, Centre Pompidou
Le port de Marseille
Strand met mensen
Les baigneuses (1927)
Vrouw met blauwe kousen (1917), Parijs Centre Pompidou
↑Artistes de la Société Moderne Catalogue des Oeuvres exposées par les Artistes Membres de la Société Moderne du 6 au 25 février 1911. (Galerie DURAND-RUEL) 3ème année; Catalogue des Oeuvres exposées par les Artistes Membres de la Société Moderne du 10 février au 2 mars 1912. (Galerie DURAND-RUEL)