Hippolyte Rolin

Hippolyte Rolin

Hippolyte Rolin (Kortrijk, 6 september 1804 - Gent, 8 maart 1888) was een Belgisch liberaal politicus.

Biografie

Familie

Hyppolite Rolin was een zoon van de Kortrijkse olieverdeler Henri-Antoine Rolin en Anna-Catherine van de Putte. Hij trouwde in 1834 met Angelique Hellebaut (1811-1870), dochter van Jean-Baptiste Hellebaut, advocaat, rechtsgeleerde, hoogleraar en rector magnificus van de Rijksuniversiteit Gent. Ze kregen achttien kinderen, van wie vijftien de volwassen leeftijd bereikten.

Loopbaan

Rolin studeerde in 1827 met onderscheiding af aan de Rijksuniversiteit Gent, legde zijn eed als advocaat af en vertrok naar Berlijn waar hij colleges volgde van onder andere Von Savigny en Hegel. Wanneer in 1830 de Belgische Revolutie uitbrak, kwam hij terug en vestigde zich als advocaat in Gent. Met de korte onderbreking van zijn ministerschap bleef hij dit tot aan zijn dood. In 1868-1869 was hij stafhouder. Hij was ook rechter in de handelsrechtbank.

Hij behoorde duidelijk tot de Gentse orangisten, wat hem er toe bracht orangistische samenzweerders te verdedigen voor de rechtbank. Vanaf 1842 verklaarde hij echter publiek dat het orangisme ten dode was opgeschreven en voerde hij binnen het liberale kamp de oppositie aan, die weldra de meerderheid vormde, tegen zijn confrater en hardnekkige orangist Hippolyte Metdepenningen. Hij verzoende zich dan ook met het Belgische koninkrijk.

Als kunstliefhebber werd hij stichtend voorzitter van de Société royale pour l'encouragement des beaux-arts à Gand. Hij was ook voorzitter van de Société royale d'agriculture et de botanique van Gent.

Industrie

Naast advocaat was Rolin ook beheerder van vennootschappen. Zo was hij bestuurder van:

Hij was ook betrokken bij de vennootschappen die behoorden aan de financier André Langrand-Dumonceau, als 'voorzitter van het Verificatiekantoor betreffende Titels en Geschillen' (1864).

Politiek

Vanaf 1839 was Rolin gemeenteraadslid van Gent en bleef dit tot in 1848. Van 1842 tot 1847 was hij er schepen van Openbare Werken.

In 1846 werd hij stichter en voorzitter van de Gentse Union libérale, waar de laatste nog overgebleven orangisten zich bij aansloten. In 1848 werd hij, bij een tussentijdse verkiezing en zonder tegenkandidaat verkozen tot liberaal volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Gent. Hij oefende dit mandaat uit tot in 1852.

De week voor hij tot parlementslid werd verkozen, werd hij minister van Openbare Werken (1848-1850) in het homogeen liberaal kabinet-Rogier.

Publicaties (selectie)

Literatuur

Voorganger:
Walthère Frère-Orban
Minister van Openbare Werken
1848-1850
Opvolger:
Emile Van Hoorebeke