Hobbe Smith

Hobbe Smith

Hobbe Smith (Witmarsum, 7 december 1862 – Amsterdam, 1 mei 1942) was een Nederlands kunstschilder. Hij wordt gerekend tot de tweede generatie van het Amsterdamse impressionisme en verwierf bekendheid met stadsgezichten, havengezichten, figuurstukken en portretten.

Leven en werk

Hobbe Smith in zijn atelier

Hobbe Smith was de zoon van een huisschilder. Op jonge leeftijd ging hij in de leer bij een steendrukker. In zijn vrije tijd volgde hij tekenlessen, onder meer aan de Quellinusschool in Amsterdam. Dankzij een vermogende beschermheer die zijn talent onderkende en een Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst kon hij vervolgens studeren aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam, waar hij onder anderen les kreeg van August Allebé. Daarna vervolgde hij zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij werd begeleid door Karel Verlat.

Smith ontwikkelde een losse, impressionistische schilderstijl met veel aandacht voor licht en atmosfeer. Hij schilderde een breed scala aan onderwerpen, waaronder figuurstukken, naakten, stads- en havengezichten, landschappen, stillevens, portretten, bloemen, interieurs, schepen, molens en historiestukken. Hoewel hij het werk van Jacob Maris bewonderde, ontwikkelde hij een lichtere en kleurrijkere schilderstijl. In 1888 ontving hij de Willink van Collenprijs. Zijn landelijke doorbraak volgde na een tentoonstelling in Pulchri Studio in Den Haag in 1902. In 1917 kende koningin Wilhelmina hem een gouden medaille toe.

Smith was lid van Arti et Amicitiae, de Kunstenaarsvereniging Sint Lucas in Amsterdam en Pulchri Studio in Den Haag. Hij overleed in 1942 op 79-jarige leeftijd.

Gezicht op het IJ voor Amsterdam, circa 1912. Collectie Amsterdam Museum.

Herwaardering

Na zijn overlijden raakte Smith geleidelijk uit de kunsthistorische belangstelling. Vanaf het begin van de jaren 2010 kreeg zijn oeuvre opnieuw kunsthistorische aandacht. In 2010 publiceerden Daphne Willemsen en Norbert Middelkoop een studie over de twaalf monumentale havengezichten die Smith in 1912 vervaardigde voor de Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS) in Amsterdam.

In 2013 werden deze schilderijen voor het eerst in een eeuw weer gezamenlijk tentoongesteld tijdens de tentoonstelling ENTOS in de Kromhouthal in Amsterdam-Noord, gevestigd in de voormalige Kromhoutfabriek. Naast de historische havengezichten omvatte de tentoonstelling werk van hedendaagse kunstenaars en historisch fotomateriaal. Tevens werden lezingen georganiseerd over Smith en zijn werk.

De hernieuwde belangstelling zette zich voort in 2017, toen de gerestaureerde kunstcollectie van de De Industrieele Groote Club in Amsterdam kortstondig voor het publiek werd opengesteld. Tot deze collectie behoren ook schilderijen van Smith.

In 2018 organiseerde kunstschilder Gert-Jan Veenstra de tentoonstelling Hobbe Smith thuisgebracht in de Doopsgezinde Kerk in Witmarsum. Daarmee keerde voor het eerst sinds Smiths overlijden een omvangrijke selectie van zijn werk terug naar zijn geboorteplaats. Ter gelegenheid van de tentoonstelling verscheen de monografie Hobbe Smith. De Friese chroniqueur van Amsterdam, geschreven door Bob Hardus en geïllustreerd door Veenstra.

Collecties

Werk van Smith bevindt zich onder meer in de collecties van:

Daarnaast verschijnen zijn schilderijen regelmatig op Nederlandse kunst- en antiekveilingen.

Galerij

Literatuur

Zie de categorie Hobbe Smith van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.