


Wanneer een paard door mensen gebruikt wordt, onder het zadel of in een aanspanning, wordt er altijd gebruikgemaakt van een paardentuig. Dit is een stelsel van riemen en verbindingsstukken waarmee het paard ingezet kan worden voor het werk dat er met hem gedaan gaat worden. Tuigage, naar het Frans ook 'harnachement' genoemd is er in vele vormen. Naast het hoofdstel, dat in elk tuig voorkomt zijn er met name uiteenlopende tuigages voor rij- en trekpaarden.
Een sterk kopstuk waaraan men een paard kan vastzetten of leiden wordt een halster genoemd, en er zijn ook bitloze hoofdstellen of bosals, maar hoofdstellen omvatten gewoonlijk de volgende onderdelen:
Bij rijpaarden bestaat het tuig naast het hoofdstel uit:
Bij tuigpaarden en trekpaarden bestaat het tuig naast het hoofdstel uit:
Andere voorkomende (oude) termen zijn breidel (hoofdstel met teugel; vandaar: 'ongebreideld') en toom (teugel en bit; vandaar: 'tomeloos' e.d.).
Aan het te trekken voertuig of agrarisch werktuig bevinden zich onder andere: