Bellis was in de eerste plaats decoratieschilder. Samen met zijn broer Charles-Louis Bellis stichtte hij in 1857 een zaak aan de Brandhoutkaai 31 in Brussel. Het jaar daarna kwam er een privéschool voor kunstschilders in-spe bij op de eerste verdieping van de decoratiezaak genaamd "L’Effort".
De dag na de carnaval
Guillaume Vogels, die later als kunstschilder vermaardheid verwierf, kwam in 1857 als decorateur in dienst. Hij werd leerling aan hun schilderschool, net als bv. Jean Degreef.
Bellis reisde veel in binnen- en buitenland in het kader van opdrachten die zijn atelier uitvoerde. In 1883 ondernam hij een ontspannings- en studiereis naar Amsterdam in het gezelschap van James Ensor en Guillaume Vogels.
Na 1875 kreeg hij bekendheid met zijn realistische stillevens en enkele portretten.
Zijn stillevens tonen bloemen, vruchten en veel schaaldieren. Zijn vroegste realisaties waren conventioneel. Naargelang zijn carrière vorderde, kwam hij los van de overladen gekunstelde composities en schilderde stillevens zonder opsmuk die hem een wijdere bekendheid gaven: rozen, geraniums of chrysanten in vuile bruine aarden potten, rozen, druiven, oesters en garnalen recht uit zee op eenvoudige schotels, of het afval van een carnavalsfeest.
"La Chrysalide"
Hubert en Charles-Louis waren lid van “La Chrysalide”, een Brusselse kunstenaarsvereniging die veel jongeren groepeerde. Hubert nam deel aan de vier salons die deze kring inrichtte in 1876, 1877, 1878 en 1881.
Trivia
Bellis woonde laatst Van Dyckstraat 21 in Schaarbeek.
Léon Mignon maakte een statuette met de beeltenis van Bellis
Zijn broer Charles-Louis schilderde landschappen en marines. Hij vestigde zich in 1886 in Lissewege en later in Heist. Hij was medestichter van de "Cercle Artistique d’Ostende" in 1894.
Musea en openbare verzamelingen
Amiens, Musée de la Picardie
Amsterdam, Stedelijk Museum
Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België: "Chrysanten"
Brussel, Museum van Elsene
Leuven, Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens
Luik, Musée des Beaux-Arts
Melbourne, National Gallery of Victoria
Verviers, Musée Communal
Brussel, Verz. van de Kamer van Volksvertegenwoordigers
Schaarbeek, Gemeentelijke Verzameling
Bronnen, noten en/of referenties
(en) W.G. Flippo, Lexicon of the Belgian Romantic Painters, Antwerpen (1981);-
(fr) P. & V. Berko, Dictionnaire des peintres belges nés entre 1750 et 1875, Brussel (1981);
(fr) Le dictionnaire des peintres belges du XIVe sliècle à nos jours, Brussel (1994).
(nl) N. Hostyn, Belgische stilleven- & bloemenschilderkunst 1750-1914. Van neo-classicisme tot post-impressionisme (tentoonstellingscatalogus), Oostende (Museum voor Schone Kunsten), 1995.
(nl) N. Hostyn & W. Rappard, Dictionaire van Belgische en Hollandse bloemenschilders geboren tussen 1750 en 1880, Knokke (Ed. Berko), 1995
(nl) Bloemen in de schilderkunst van de 16de tot de 20ste eeuw (tentoonstellingscatalogus), Brussel (Galerie van het Gemeentekrediet), 1996.
(nl) P. Piron, De Belgische beeldende kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw, Brussel, 1999.
(fr) E. Bénézit, Dictionnaire critique et documentaire des peintres…, (Paris), (1999).
(nl) W. & G. Pas, Biografisch Lexicon Plastische Kunst in België. Schilders- beeldhouwers grafici 1830-2000, Antwerpen, 2000.