| Cogels | ||
|---|---|---|
| Wapenspreuk | Vince te ipsum. | |
| Verheffing | 20 oktober 1753 | |
| Fons honorum | keizerin Maria Theresia | |
| Familiehoofd | Édouard-Albert-Gustave-François-Hervé Cogels | |
Cogels is een Brabants-Antwerps geslacht dat talrijke politici en bankiers telt.
De oorsprong van de familie is te vinden in Haren, een plaats halfweg tussen Tilburg en 's-Hertogenbosch.De eerste vermelding van een lid van een geslacht dateert van 1567. Onder die naam liet Huybrecht Covels (1633-1678) zich in 1661 in Antwerpen inschrijven. Toen hij op 22 december in 1662 trouwde met de Antwerpse Sara Meerbaes (1637-1669), was het Cogels geworden. Ze kregen drie kinderen, onder wie de oudste, Jan Baptist Cogels (24 augustus 1663 - 9 december 1734) bankier werd en kassier van de Oostendse Compagnie in Antwerpen.
Zijn zoon, opnieuw Jan Baptist Cogels (16 oktober 1694 - 9 september 1733), en zijn vrouw Isabella Simons, die als jonge weduwe de zaak verder zette, waren degenen die een belangrijke stoot gaven aan de maatschappelijke opgang en de rijkdom van de familie.
Bij akte van 20 oktober 1753 verleende keizerin Maria Theresia postume opname in de adelstand aan Jan Baptist Cogels, op verzoek van zijn weduwe Isabella Simons.
Hun zoon, de derde Jan Baptist Cogels (1729-1799), getrouwd met Isabella Stiers (1738-1795) was de stamvader van de drie takken die door zijn zoons gesticht werden:
Na de verlening van adel in 1753 aan Jan Baptist Cogels, en de afschaffing van de adellijke titels in 1795, volgden de volgende adelserkenningen: