
Een boerengans of een huisgans (Anser anser domesticus) is een witte gedomesticeerde kleurvariant van de grauwe gans (Anser anser) met een oranje snavel en poten.
Ganzen behoren tot de oudste pluimveesoorten en werden rond 3000-2500 v.Chr. gedomesticeerd. Tegenwoordig bestaan er verschillende productietechnieken voor ganzen, waarvan sommige al sinds onheuglijke tijden bekend zijn: 1) dwangvoeding voor vette lever (Egypte, 2686-2181 v.Chr.); 2) selectie op een extreem grote lichaamsomvang, groter dan die van de moderne Toulouse-gans (Egypte, 600 v.Chr. - 200 n.Chr.); en 3) het plukken van veren, geïntroduceerd door de oude Egyptenaren og Romeinen. De commerciële ganzenfokkerij is vandaag de dag nagenoeg kosmopolitisch verspreid. Het merendeel van de wereldwijde ganzenpopulatie is geconcentreerd in Azië, voornamelijk in China. In Europa, met name in Oost-Europa, is er sprake van een grote diversiteit aan ganzenrassen. De belangrijkste ganzenproducten zijn onbewerkte en verwerkte voedingsmiddelen (vlees, vette lever en ganzenvet) en dons en veren voor vulling.
Boerenganzen en huisganzen moeten niet verward worden met andere tamme of hybride ganzen, zoals soepganzen en kruisingen van huisganzen met verschillende soorten parkganzen, (Anser anser forma domestica of Anser unox en Anserini x). Huisganzen kruisen gemakkelijk met andere ganzensoorten waartoe ze zich aangetrokken voelen, zoals met Indische ganzen en Canadese ganzen.
Ganzendons en ganzenveren worden onder andere gebruikt als dekbedvulling en als isolatiemateriaal in slaapzakken en jassen. Vanaf de Middeleeuwen gebruikte men een grote ganzenveer als schrijfgerei. De slagpennen van ganzen, zwanen en grote kraaien worden tegenwoordig in de kalligrafie nog steeds als pen gebruikt.