Olieboltruffel

Olieboltruffel
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Klasse:Pezizomycetes
Onderklasse:Pezizomycetidae
Orde:Pezizales
Familie:Discinaceae
Geslacht:Hydnotrya
Soort
Hydnotrya michaelis
(E. Fisch.) Trappe (1975)
Synoniemen
  • Geopora michaelis E. Fisch.
  • Hydnotryopsis michaelis (E. Fisch.) Soehner
  • Geoporella michaelis (E. Fisch.) Soehner
  • Gyrocratera ploettneriana Henn.
  • Hydnotrya ploettneriana (Henn.) Hawker
  • Helvella michaelis (E. Fisch.) Donadini
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De olieboltruffel (Hydnotrya michaelis) is een ondergronds of gedeeltelijk ondergronds groeiende schimmel uit de familie Discinaceae. Het is een truffelachtige zakjeszwam die mycorrhiza vormt met naaldbomen. De soort is vooral bekend uit naaldbossen en kan soms gedeeltelijk boven het bodemoppervlak uitsteken.

Taxonomie

De soort werd in 1898 door de Zwitserse mycoloog Eduard Fischer beschreven als Geopora michaelis. De Amerikaanse mycoloog James Trappe bracht de soort in 1975 onder in het geslacht Hydnotrya, waardoor de huidige naam Hydnotrya michaelis ontstond.

Species Fungorum plaatst de soort in de familie Discinaceae binnen de orde Pezizales.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Het vruchtlichaam is onregelmatig bolvormig tot min of meer knolvormig en kan een doorsnede van ongeveer 6 cm bereiken. Het oppervlak is sterk gerimpeld, gelobd en hersenachtig geplooid, met talrijke naar binnen lopende plooien en instulpingen. De kleur varieert van geelwit en geelbruin tot okerbruin.

Het inwendige bestaat uit een labyrint van grote, bochtige holtes die worden gevormd door de naar binnen gevouwen wand van het vruchtlichaam. De binnenzijde van deze holtes draagt het hymenium. Bij Nederlandse exemplaren is de binnenzijde van de holtes als grijsachtig bleek beschreven, duidelijk contrasterend met het overige weefsel.

De geur kan zeer sterk en scherp zijn. Bij Nederlandse vondsten is vooral na beschadiging een zware, knoflookachtige geur waargenomen.

Microscopische kenmerken

De asci zijn cilindrisch, achtsporig en bevatten de sporen doorgaans in één rij. In een moderne vergelijking worden afmetingen van ongeveer 200–220 × 30–35 µm vermeld.

De sporen zijn breed ellipsoïde. Zonder de ornamentatie meten ze volgens Li et al. doorgaans (21,2–)24,9–29,6(–32,2) × (18,8–)19,8–22,4(–24,9) µm. Ze zijn honinggeel en bezitten een verdikt exosporium met opvallende, onregelmatige en vaak met elkaar verbonden wratten. Bij een Nederlandse collectie werden grotere rijpe sporen gemeten van ongeveer 39,5 × 29,0 µm; deze waren grof geornamenteerd en bevatten een grote centrale oliedruppel.

De parafysen zijn gesepteerd en aan de top verbreed. Bij Nederlands materiaal werden ze als ongeveer 5–10 µm breed beschreven en steken ze boven de asci uit.

Ecologie

De olieboltruffel vormt ectomycorrhiza met naaldbomen uit de familie Pinaceae. Uit verschillende delen van het verspreidingsgebied zijn associaties bekend met onder meer sparren en dennen. Een onderzoek uit Zuidoost-Europa beschreef de soort bijvoorbeeld uit een aanplant van Macedonische den.

In Nederland wordt de soort vooral aangetroffen op voedselarme en kalkarme zandbodems in naaldbos. De bekende groeiplaatsen zijn vaak relatief vochtig. De vruchtlichamen ontwikkelen zich onder de grond of in de strooisellaag, maar kunnen door hun groei gedeeltelijk boven de laag van naalden uitsteken.

Verspreiding

Hydnotrya michaelis is uit verschillende delen van Europa bekend en is daarnaast gemeld uit Noord-Amerika en Azië. In de literatuur zijn onder andere vondsten uit Groot-Brittannië, Duitsland, Scandinavië, Bulgarije en China vermeld.

In Nederland is de olieboltruffel zeer zeldzaam. Historische en recentere vindplaatsen liggen onder meer in Drenthe, Overijssel, Utrecht en Noord-Holland. In Drenthe is de soort onder andere aangetroffen in het Drents-Friese Wold. In 2019 werd een groeiplaats gevonden in de Schoorlse Staatsbossen, waar verschillende vruchtlichamen gedeeltelijk boven de naaldenlaag uitstaken.

De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van paddenstoelen als 'ernstig bedreigd'.

Gelijkende soorten

Binnen het geslacht Hydnotrya komen meerdere sterk gelijkende, ondergronds groeiende soorten voor. Voor een betrouwbare determinatie zijn daarom de vorm, grootte en ornamentatie van de sporen belangrijk.