| Ruige weerschijnzwam | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Inonotus hispidus (Bull.) P. Karst. (1879) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De ruige weerschijnzwam (Inonotus hispidus) is een schimmel uit de familie Hymenochaetaceae. Het is een eenjarige buisjeszwam die voornamelijk als necrotrofe parasiet groeit op levende loofbomen. De soort veroorzaakt witrot in het hout.
De soort werd oorspronkelijk door Jean Baptiste François Pierre Bulliard beschreven als Boletus hispidus. Petter Adolf Karsten plaatste de soort in 1879 in het geslacht Inonotus.
Het vruchtlichaam is eenjarig, ongesteeld en console- tot halfcirkelvormig. Het kan ongeveer 10–30 cm breed worden en enkele centimeters dik zijn. De vruchtlichamen groeien meestal afzonderlijk, maar kunnen soms dakpansgewijs boven elkaar staan.
Jonge vruchtlichamen zijn zacht, sappig tot sponsachtig en geelachtig oranje, roestkleurig of roodbruin. De bovenzijde is aanvankelijk viltig en wordt later opvallend ruig behaard. Bij het ouder worden verkleurt het vruchtlichaam donkerbruin tot vrijwel zwart en wordt het harder en brosser. Vooral jonge exemplaren kunnen druppels heldere vloeistof afscheiden.
De onderzijde bestaat uit een buisjeslaag. Het poriënoppervlak is aanvankelijk geelachtig tot oker- of roestbruin en wordt later donkerbruin. De poriën zijn hoekig en betrekkelijk groot, gewoonlijk ongeveer 1–3 per mm. De buisjes kunnen circa 10–20 mm lang worden. Het vlees is roodbruin tot donkerbruin en wordt zwart bij behandeling met kaliumhydroxide (KOH).
Het heeft een monomitisch hyfensysteem en bestaat uit generatieve hyfen. De hyfen zijn geelachtig tot bruin, glad, meestal dunwandig tot plaatselijk dikwandig en bezitten eenvoudige septen.
De basidiosporen zijn breed ellipsoïde tot bijna bolvormig, glad en relatief dikwandig. Ze zijn geelbruin tot bruin en meten ongeveer (7,0–)8,0–10,1(–11,5) × (6,0–)6,9–8,5(–9,0) µm. De sporen kunnen een of meer oliedruppels bevatten.
De basidiën zijn breed knotsvormig, doorgaans viersporig en ongeveer 28–33 × 10–12 µm groot. In het hymenium kunnen donkerbruine, dikwandige setae aanwezig zijn. Deze zijn meestal buikig tot priemvormig en ongeveer 21–34 × 9–11 µm groot. De aanwezigheid van hymeniale setae is echter variabel: bij sommige collecties zijn ze schaars en bij andere kunnen ze geheel ontbreken. Dit kenmerk mag daarom niet alleen worden gebruikt voor de determinatie.
De ruige weerschijnzwam groeit hoofdzakelijk op stammen en dikke takken van levende loofbomen. In Nederland is de soort onder meer bekend van appel (Malus), es (Fraxinus), beuk (Fagus), iep (Ulmus), walnoot (Juglans) en plataan (Platanus). Elders wordt de soort eveneens van onder andere eik (Quercus), esdoorn (Acer), moerbei (Morus) en andere loofbomen gemeld.
De soort wordt vooral aangetroffen op oudere of beschadigde bomen in parken, plantsoenen, lanen, boomgaarden en andere open, relatief voedselrijke standplaatsen. Het mycelium leeft in het hout en veroorzaakt witrot. De vruchtlichamen verschijnen vooral in de zomer en herfst en zijn eenjarig.
Inonotus hispidus heeft een ruime verspreiding in de gematigde delen van het noordelijk halfrond en is bekend uit Europa, Azië en Noord-Amerika.
In Nederland wordt de ruige weerschijnzwam tegenwoordig als 'algemeen' beschouwd. De soort groeit vooral in parken, plantsoenen, lanen en bij solitaire oude bomen. Op de Nederlandse Rode Lijst van paddenstoelen uit 2008 is hij opgenomen in de categorie 'kwetsbaar'.
Door het grote, eenjarige vruchtlichaam, de ruig behaarde bovenzijde en de relatief grote, dikwandige bruine sporen is de soort meestal goed te herkennen. Microscopisch kan hij onder andere worden onderscheiden van de verwante Inonotus cuticularis, die fijnere poriën en kleinere basidiosporen heeft.
De wetenschappelijke naam werd oorspronkelijk als Boletus hispidus gepubliceerd door Bulliard. De combinatie Inonotus hispidus werd in 1879 door Karsten gepubliceerd. De soort geldt als de typesoort van het geslacht Inonotus.
Enkele oudere wetenschappelijke namen zijn: