In de wiskunde is een integraaltransformatie een transformatie
van de vorm:

Daarin is de functie
de bij de transformatie behorende integraalkern, ook kort met kern aangeduid.
De transformatie voegt aan een functie
een andere functie
toe, die voor sommige toepassingen wel geschikt is voor verdere analyse, terwijl de oorspronkelijke functie dat niet is.
Een integraaltransformatie is een lineaire afbeelding, vergelijkbaar met die in de lineaire algebra. Voor een dergelijke afbeelding
laat het beeld
van de vector
zich ten opzichte van gekozen bases op de gebruikelijke manier schrijven als:

waarin
de bijbehorende matrix van
is, en
en
de indices zijn. Hierin is duidelijk de analogie met de bovenstaande definitie zien.
Er bestaan heel wat nuttige integraaltransformaties, corresponderend met verschillende keuzes van de integraalkern
en de integraalgrenzen.
Tabel van Integraaltransformaties
| Transformatie |
Symbool |
Kern |
t1 |
t2 |
| Fourier-transformatie |  |  |
 |  |
| Mellin-transformatie |  |  |
 |  |
| Tweezijdige Laplace-transformatie |  |  |
 |  |
| Laplace-transformatie |  |  |
 |  |
| Hankel-transformatie | |  |
 |  |
| Abel-transformatie | |  |
 |  |
| Hilbert-transformatie |  |  |
 |  |
| Identiteitstransformatie | |  |
 |  |
Indien als kern elke gegeneraliseerde functie is toegelaten, zijn alle lineaire afbeeldingen van een functieruimte naar een functieruimte integraaltransformaties (dit wordt nauwkeuriger geformuleerd in een belangrijke stelling door Schwartz).