Een beleggingsfonds is een entiteit, waarin beleggingen worden aangehouden voor verschillende beleggers en waarbij de beleggingsbeslissingen door een fondsmanager worden genomen (of een team van managers).
De term beleggingsfonds wordt in het dagelijks verkeer vrij gebruikt, waarbij geen onderscheid gemaakt wordt tussen een beleggingsfonds en een beleggingsmaatschappij. De activiteiten van het fonds en maatschappij zijn in hoofdlijnen hetzelfde, maar een beleggingsfonds beschikt niet over rechtspersoonlijkheid en een beleggingsmaatschappij wel. Beleggers brengen collectief geld of andere goederen in het fonds in en kopen daarmee aandelen, obligaties, onroerend goed, grondstoffen, enz. Fondsen specialiseren zich in bepaalde sectoren, munten, regio's en proberen op die manier aan winstmaximalisatie te doen. Het beleggingsfonds ontvangt inkomsten zoals dividend, rente en/of huur, en er zijn waardeschommelingen in de bezittingen van het fonds. Het is een keuze om inkomsten aan beleggers uit te keren (inkomenswens) of te herbeleggen (groei).
Beleggingsfondsen kunnen zowel voor particuliere beleggers bestemd zijn als voor institutionele beleggers (of beide). Particuliere beleggers kunnen door een deelname in een beleggingsfonds een spreiding van hun beleggingsportefeuille bereiken die anders niet of tegen hoge kosten bereikt wordt. (Deelname in een beleggingsfonds is vaak al mogelijk vanaf enkele honderden euro's in een "breed" gespreid fonds) Voor institutionele beleggers kunnen beleggingsfondsen ook uit dit oogpunt interessant zijn. Vaak zal men een beleggingsfonds echter gebruiken om daarmee een belegging op een min of meer specialistisch gebied te realiseren (een bepaalde sector, of een bepaalde regio). Men besteedt het daarmee gemoeide werk dan uit, zeker als specialistische kennis nodig is en men die zelf niet heeft
Op particulieren gerichte beleggingsfondsen worden door vrijwel alle banken aangeboden. Beleggingsfondsen voor institutionele beleggers worden meestal aangeboden door gespecialiseerde vermogensbeheerders.
Het vermogen in een beleggingsfonds wordt beheerd door een fondsmanager - of soms een team van managers. Een beleggingsfonds heeft altijd een mandaat. Hierin staan de voorwaarden waar de manager zich aan moet houden. De mogelijkheden zijn legio. Het kan gaan om sectoren (IT of Chemie of Staal) maar ook geografische spreiding. (Alleen Braziliaanse aandelen) Binnen dat mandaat neemt de manager beslissingen en legt daarover verantwoording af, vaak per kwartaal.
Niet alle beleggingsfondsen hebben een actieve beheerder, Bij een indexfonds worden ingelegde gelden belegd conform een beursindex. De taak van de beheerder is dan beperkt tot het aan- en verkopen van aandelen conform die index. Bij wijziging van die index moet de portefeuille dan aangepast worden.
De fondsbeheerder brengt fondsbeheerkosten of beheerloon in rekening. Deze kosten zijn een percentage van het totaal beheerde vermogen. Daarnaast worden kosten in rekening gebracht voor de aankoop van aandelen, de zogenoemde aankoopkosten.
Er is een groot aantal beleggingsfondsen op de markt, met een grote variëteit aan titels waarin belegd wordt. Enige voorbeelden: alleen beleggen in aandelen, alleen in obligaties, zowel obligaties als aandelen, aandelen in winkelcentra, aandelen in zeeschepen, aandelen in technologie-ondernemingen, wel of niet gedeeltelijk met geleend geld gefinancierd, alleen in Europa, alleen in de Verenigde Staten, het Verre Oosten. Een belegger kan op deze wijze tegen relatief lage kosten beleggen in objecten van zijn voorkeur, en zonder dat hij zelf zich in de betreffende markt of de sector hoeft te verdiepen. Hierbij geldt in het algemeen wel dat de beheerskosten hoger zijn naarmate het fonds meer specialistisch is.
Meest voorkomende fondsen zijn:
Bijzondere vermelding verdienen beleggingsfondsen voor ethisch of maatschappelijk verantwoord beleggen. Hierbij worden zwaardere eisen gesteld aan de titels waarin belegd wordt (meestal aandelen, maar soms ook obligaties). De betreffende ondernemingen worden "gescreend" op de mate waarin zij bij hun bedrijfsvoering aandacht besteden aan aspecten als milieubewustheid en sociaal beleid. Bij sommige beleggingsfondsen van dit type worden bepaalde sectoren ondernemingen bewust uitgesloten, bijvoorbeeld in de wapenindustrie, alcohol en tabak.
Sommige fondsen beleggen de ontvangen dividenden of intresten opnieuw, dit noemt men kapitalisatiefondsen en Anderen keren de dividenden uit, dit zijn distributiefondsen.
Om een beleggingsfonds te beginnen, is toestemming nodig van de Autoriteit Financiële Markten. Deze houdt toezicht op het fonds en de manager. De Nederlandsche Bank houdt in de huidige toezichtstructuur toezicht op de solvabiliteit van het fonds. Echter het is ook mogelijk zonder toezicht van de AFM een beleggingsfonds te beginnen mits de doelgroep 'professionele' beleggers zijn. Of wanneer een participatie meer dan Eur 100.000 bedraagt. De gedachte hierachter is dat als je Eur 100.000 kunt investeren, je geacht wordt zelf onderzoek te hebben gedaan naar de belegging. De bescherming van de (kleine) particuliere belegger is hier een stuk minder van toepassing.
Een punt om rekening mee te houden: Je ziet soms aanbiedingen om deel te nemen in beleggingen, waar dan bij staat "U belegt buiten AFM-toezicht", soms aangevuld met "Geen vergunningplicht voor deze activiteit". Als het aantal uit geven participaties beperkt is (< 100) of het totaal op te halen bedrag blijft onder de 5 miljoen Euro, is geen toezicht vereist van de AFM. Dit betekent niet dat alle aanbiedingen waar geen toezicht is, verdacht zijn, maar extra waakzaamheid is op zijn plaats. Als aanbieder kun je namelijk gewoon je gang gaan. Er zijn helaas vele voorbeelden, waar bij aanbieding prachtig leek, maar in werkelijkheid het geld naar de aanbieder zelf ging in plaats van dat er beleggingen voor werden aangekocht.
In België staan beleggingsfondsen onder toezicht van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.
Verder zijn er beleggingsfondsen die aan de beurs genoteerd zijn en fondsen zonder een notering. Dit heeft vooral invloed op de verhandelbaarheid. De beursgenoteerde fondsen kunnen bij commissionairs, banken en brokers gekocht worden. Niet-beursgenoteerde fondsen kunnen meestal alleen bij het fonds zelf gekocht worden.
Een closed-end fonds mag niet zomaar nieuwe aandelen uitgeven. Het winstrecht en dus de waarde per aandeel wordt er lager door en dat is meestal niet wenselijk. Er is, net als bij andere gewone handel, grote invloed op de prijsvorming van de vraag en aanbod op dat moment.
Een open-end fonds mag wel nieuwe aandelen uitgeven, en wel precies zoveel aan waarde als er nieuw geld in het fonds stroomt. Het fonds wordt daardoor steeds verhandeld om en nabij de intrinsieke waarde (bijvoorbeeld bij Robeco). Het beoogde gevolg is dan dat er veel minder invloed is op de prijsvorming van de vraag en aanbod op dat moment.
Sinds 2007 worden op Euronext Nederland de ca. 200 open-end beleggingsfondsen verhandeld via de Euronext Fund Service. Kenmerken van dit handelssysteem zijn:
Veel beleggingsfondsen zijn subfondsen van een zogenaamd paraplufonds of beleggingsfondsenfamilie. Het voordeel is dat bepaalde algemene kosten, zoals kosten voor verslaggeving, gedeeld kunnen worden. Individuele fondsen onder de paraplu voeren in beginsel wel een eigen beleid.
Nagenoeg alle grootbanken bieden beleggingsfondsen aan. Daarnaast bestaan er gespecialiseerde vermogensbeheerders die geen onderdeel uitmaken van een bank. Een bekend voorbeeld is Fidelity in de Verenigde Staten. In Nederland biedt vooral Robeco zelfstandig beleggingsfondsen aan, hoewel het onderdeel uitmaakt van het Japanse Orix. T
Daarnaast kunnen particulieren deelnemen in een uitgebreide selectie van beleggingsfondsen van verschillende banken en vermogensbeheerders door het aanhouden van een (internet)rekening bij een broker.
Voor beleggingsfondsen worden twee kostensoorten in rekening gebracht. Eenmalige kosten voor aan- of verkoop van het beleggingsfonds die worden betaald aan de broker of bank. Verder zijn er de beheer kosten voor het fonds, zoals de beloning van de fondsbeheerder, kantoorkosten, beheerloon, vergoeding aan de distributeur, etc.
Sinds medio 2010 werd in Nederland een discussie gevoerd over het afschaffen van de distributievergoedingen. Op 14 februari 2013 maakten diverse Nederlandse financiële instellingen bekend dat zij vanaf 1 januari 2014 geen distributievergoedingen van fondsbeheerders meer ontvangen. Klanten die beleggen in de fondsen betalen vanaf die datum direct voor de dienstverlening. Met deze maatregel verdween ook de perverse prikkel voor de banken om het beleggingsfonds met de hoogste distributievergoeding in de portefeuille op te nemen. Dit fonds bracht vervolgens de vergoeding als kosten ten laste van het rendement. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ondersteunde het initiatief.
Kosten van beleggingsfondsen hebben een grote invloed op het nettorendement voor de belegger. Dit geldt zeker voor de lange termijn. Bij een belegd vermogen van € 100.000 en een jaarlijks brutorendement van 6,0% is de netto opbrengst na 10 jaar € 179.000 exclusief kosten, € 167.000 bij 0,75% kosten en € 152.000 bij 1,75% kosten. Kosten zijn, zeker op de lange termijn, een serieuze factor.