
Isaac Thomas Hecker (New York, 18 december 1819 – aldaar, 22 december 1888) was een Amerikaans rooms-katholiek priester, missionaris en schrijver. Na zijn bekering tot het katholicisme trad hij toe tot de redemptoristen en werd hij in 1849 tot priester gewijd. In 1858 stond hij aan de basis van de Missionary Society of Saint Paul the Apostle, doorgaans de Paulisten genoemd.
Hecker zocht naar missionaire vormen die aansloten bij de religieuze en maatschappelijke omstandigheden van de Verenigde Staten. Naast parochiemissies maakte hij gebruik van openbare lezingen en gedrukte publicaties. In 1865 richtte hij het tijdschrift The Catholic World op. Zijn opvattingen over de verhouding tussen katholicisme en de Amerikaanse cultuur kregen na zijn dood een plaats in het debat over het zogenoemde Amerikanisme.
Hecker werd geboren op 18 december 1819 in New York als zoon van John en Caroline Hecker. Zijn moeder was methodist. Zijn formele schoolopleiding was beperkt en als jongeman werkte hij onder meer in het familiebedrijf van zijn oudere broers.
In de eerste helft van de jaren 1840 doorliep Hecker een intensieve religieuze en intellectuele zoektocht. Hij hield zich enige tijd bezig met hervormingspolitiek en kwam via de schrijver en denker Orestes Brownson in aanraking met het intellectuele milieu van het Amerikaanse transcendentalisme. Franchot beschrijft deze periode als een zoektocht waarin politieke hervorming, protestantse evangelische denkbeelden en utopische gemeenschapsvormen achtereenvolgens een rol speelden.
Hecker verbleef in 1843 enige tijd bij Brook Farm, een experimentele gemeenschap in Massachusetts, en bezocht eveneens Fruitlands, de utopische gemeenschap rond Amos Bronson Alcott en Charles Lane. Zijn aanwezigheid in Fruitlands is onder meer gedocumenteerd door een dagboekaantekening van 21 juli 1843 waarin hij kritiek formuleerde op de inrichting van de gemeenschap.
Heckers religieuze zoektocht mondde in 1844 uit in zijn overgang naar het katholicisme. Op 2 augustus van dat jaar werd hij in de toenmalige St. Patrick's Cathedral in New York gedoopt door bisschop John McCloskey. Franchot plaatst deze bekering in het verlengde van Heckers eerdere zoektocht naar zowel persoonlijke religieuze vernieuwing als een antwoord op maatschappelijke vraagstukken.
In 1845 vertrok Hecker naar Europa om zich bij de redemptoristen aan te sluiten. Hij volgde zijn opleiding in Nederland en vervolgens in Engeland. Op 23 oktober 1849 werd hij in Londen door Nicholas Wiseman tot priester gewijd. Na enige tijd als priester in Liverpool te hebben gewerkt, keerde hij in 1851 terug naar de Verenigde Staten.
Daar nam Hecker deel aan de parochiemissies van de redemptoristen. Tegelijkertijd ontwikkelde hij een vorm van publieke evangelisatie die zich ook tot niet-katholieke Amerikanen richtte. Openbare lezingen namen daarin een steeds belangrijkere plaats in.
In de jaren 1850 ontstond binnen de Amerikaanse tak van de redemptoristen een meningsverschil over de inrichting van het missionaire werk. Hecker en enkele Amerikaanse medebroeders wilden een Engelstalig missiecentrum dat specifiek was afgestemd op de omstandigheden in de Verenigde Staten. De provinciale overste George Ruland verzette zich tegen dit plan en tegen Heckers voornemen om de kwestie aan de algemene overste in Rome voor te leggen.
Hecker reisde niettemin naar Rome. De algemene overste van de redemptoristen ontsloeg hem daarop uit de congregatie. De kwestie werd vervolgens in Rome opnieuw behandeld. Met toestemming van Pius IX kon Hecker buiten de redemptoristen een nieuwe priestergemeenschap beginnen.
Na zijn terugkeer in New York stichtte hij in 1858, met andere voormalige redemptoristen en met steun van aartsbisschop John Hughes, de Missionary Priests of St. Paul the Apostle, de latere Missionary Society of Saint Paul the Apostle. De gemeenschap werd op 7 juli 1858 in New York opgericht. De Paulisten kregen een parochie in New York, die tevens als uitvalsbasis voor hun missionaire activiteiten diende.
De missionaire methode van Hecker berustte niet alleen op traditionele parochiemissies. Hij beschouwde openbare lezingen en de drukpers als belangrijke middelen om een breder Amerikaans publiek te bereiken. In zijn lezingen richtte hij zich in het bijzonder op niet-katholieken en op vragen over geloof, kerk en de plaats van het katholicisme in de Amerikaanse samenleving.
In 1865 begon Hecker met het maandblad The Catholic World. Een jaar later kwam de Catholic Publication Society tot stand, waarmee katholieke boeken en andere publicaties op grotere schaal beschikbaar moesten worden gemaakt.
Historica Erin Bartram plaatst deze uitgeefactiviteiten in de bredere Amerikaanse leescultuur van de periode na de Amerikaanse Burgeroorlog. Volgens haar vormden Heckers publicatieprojecten een onderdeel van zijn streven om het katholicisme een zichtbare plaats in de Amerikaanse cultuur te geven. Zijn opvattingen brachten hem daarbij onder meer in discussie met zijn vroegere mentor Orestes Brownson over lezen, individuele vrijheid en de verhouding tussen katholieke identiteit en Amerikaanse cultuur.
Een terugkerend thema in Heckers werk was de vraag hoe het katholicisme zich tot de maatschappelijke en politieke omstandigheden in de Verenigde Staten kon verhouden. Hij ging ervan uit dat katholiek geloof en kerkelijke autoriteit niet noodzakelijk in strijd waren met de Amerikaanse samenleving, en zocht naar een vorm waarin het katholicisme binnen die samenleving kon functioneren.
O'Brien en historicus Patrick W. Carey plaatsen deze ideeën mede binnen negentiende-eeuwse romantische opvattingen over volkeren en historische tijdperken. Hecker meende dat verschillende volken en perioden eigen historische bijdragen leverden en dat de Verenigde Staten, vanwege hun samengestelde immigrantenbevolking, een bijzondere mogelijkheid tot culturele synthese boden. Bartram beschrijft Heckers visie als een relatief optimistische opvatting over de mogelijkheid van een Amerikaanse katholieke cultuur, tegenover meer sceptische katholieke stemmen zoals die van Brownson.
Ook de werking van de Heilige Geest nam een centrale plaats in Heckers spiritualiteit in. Religiewetenschapper Amanda Porterfield rekent Hecker en Brownson tot negentiende-eeuwse Amerikaanse katholieke denkers die nadruk legden op de betekenis van de Heilige Geest voor zowel het persoonlijke als het maatschappelijke religieuze leven.
In zijn latere levensjaren werd Heckers activiteit beperkt door gezondheidsproblemen. Hij bleef zich bezighouden met de religieuze vragen die zijn werk gedurende zijn leven hadden bepaald, waaronder de verhouding tussen persoonlijk geloof, kerkelijk gezag en de Amerikaanse samenleving.
Hecker overleed op 22 december 1888 in de residentie van de Paulisten in New York. Hij was 69 jaar oud.
Na Heckers dood werden zijn leven en ideeën betrokken bij de zogenoemde Amerikanisme controverse binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Daarbij speelde een door Walter Elliott geschreven biografie van Hecker en vooral de Franse bewerking daarvan een rol.
Op 22 januari 1899 publiceerde Leo XIII de apostolische brief Testem benevolentiae nostrae. Daarin wees hij een aantal opvattingen af die in Europese katholieke discussies onder de verzamelnaam Americanism bekend waren geworden. Volgens de historicus Thomas T. McAvoy was de associatie van deze denkbeelden met Hecker mede ontstaan door de Franse bewerking van Elliotts biografie; Amerikaanse bisschoppen betwistten destijds dat het aldus omschreven 'Amerikanisme' daadwerkelijk als georganiseerde leerstelling in de Verenigde Staten bestond.
De mate waarin de door Leo XIII afgewezen opvattingen een juiste weergave vormden van Heckers eigen ideeën is daarom in de geschiedschrijving onderwerp van discussie gebleven. O'Brien behandelt de Amerikanisme controverse als een postume fase in de receptie van Hecker en zijn gedachtegoed. Hecker zelf, die meer dan tien jaar vóór Testem benevolentiae nostrae was overleden, werd door die brief niet persoonlijk wegens ketterij veroordeeld.
Op 25 januari 2008 opende kardinaal Edward Egan, toenmalig aartsbisschop van New York, formeel het kerkelijke onderzoek met het oog op een mogelijke zalig- en heiligverklaring van Hecker. Sinds de opening van dit proces wordt hij binnen de Rooms-Katholieke Kerk aangeduid als Dienaar van God (Engels: Servant of God).
Tijdens de plenaire vergadering van de Amerikaanse bisschoppenconferentie in november 2023 vond een canonieke consultatie over zijn zaak plaats. De bisschoppen stemden voor verdere behandeling van het proces op diocesaan niveau.