Istakhr

Istakhr
Stakhr
Istakhr
Istakhr (Iran)
Istakhr
Situering
Land Vlag van Iran Iran
Locatie Fars
Coördinaten 29° 59′ NB, 52° 55′ OL
Informatie
Datering 2e helft 4e eeuw v.Chr.
Portaal  Portaalicoon   Archeologie
Baydad, de eerste geregistreerde frataraka van Persis, begin 3e eeuw v.Chr. Munt geslagen in Istakhr
Voorzijde: Baydad met korte baard, snor, oorring en satraapse hoofdtooi (kyrbasia)
Achterzijde: Baydad staande links van een vuurtempel van Ahura Mazda, met een standaard aan de andere kant van de tempel
Munt van Ardakhshir, frataraka van Persis, begin/midden 3e eeuw v.Chr. Geslagen in Istakhr
Voorzijde: Ardakhshir met snor, oorring en satraapshoofdtooi (kyrbasia)
Achterzijde: Ardakhshir staande voor een vuurtempel van Ahura Mazda, met een standaard aan de andere kant van de tempel
Ardashir I, circa 205/6-223/4 n.Chr., geslagen in Istakhr
Voorzijde: Baardig hoofd, naar voren gericht, met diadeem en tiara in Parthische stijl
Achterzijde: Baardig hoofd van Papak, met diadeem en tiara in Parthische stijl
Ruïnes van Istakhr in de 19e eeuw
Ruïnes van Istakhr in de 19e eeuw

Istakhr (ook gespeld als Estakhr, Middelperzisch (geromaniseerd): Stakhr, Perzisch:) was een oude stad in de provincie Fars, 5 kilometer ten noorden van Persepolis in het zuidwesten van Iran. De stad bloeide als hoofdstad van de Perzische Frataraka-gouverneurs en koningen van Persis van de 3e eeuw voor Christus tot het begin van de 3e eeuw na Christus. Ze bereikte haar hoogtepunt onder het Sassanidische Rijk (224-651 na Christus) en was de geboorteplaats van de Sassanidische dynastie. Istakhr diende van 224 tot 226 na Christus kortstondig als de eerste hoofdstad van het Sassanidische Rijk en vervolgens als belangrijkste stad, regio en religieus centrum van de Sassanidische provincie Pars.

Tijdens de Arabische verovering van Iran stond Istakhr bekend om zijn felle verzet, wat leidde tot de dood van veel van zijn inwoners. Istakhr bleef nog lang na de veroveringen een bolwerk van het zoroastrisme, en behield een relatief belangrijke positie in het vroege islamitische tijdperk. Het raakte geleidelijk in verval na de stichting van het nabijgelegen Shiraz, voordat het onder de Buyiden werd verwoest en verlaten. Hoewel het in de eerste helft van de 20e eeuw oppervlakkig werd onderzocht door Ernst Herzfeld en een team van de Universiteit van Chicago, is een groot deel van het Sassanidische Istakhr nog steeds niet opgegraven.

Etymologie

"Istakhr" is de Nieuw-Perzische vorm van het Middelperzische Staxr en men neemt aan dat het "vesting" betekende. Volgens Ernst Herzfeld, die zijn argumenten baseerde op munten van de Perzische Frataraka- gouverneurs en koningen van Persis, is het Middelperzische woord op zijn beurt afgeleid van het Oudperzische *Parsa-staxra ("vesting van Pars"), vanwege de nauwe banden van de stad met het nabijgelegen Persepolis. Herzfeld interpreteerde de Aramese tekens "PR BR" die op deze munten zijn gegraveerd als een afkorting van het Aramese prsʾ byrtʾ ("de vesting van Parsa"), wat op zijn beurt het equivalent kan zijn van de eerdergenoemde Oudperzische woorden. De afkorting "ST", die Istakhr aanduidt, komt ook voor op Sassanidische munten. Istakhr is in het Syrisch bekend als Istahr en in het Armeens als Stahr. In de Talmoed komt het waarschijnlijk voor als Istahar.

Geografie

Istakhr ligt in de zuidwestelijke provincie Fars in Iran, historisch bekend als Parsa (Oud-Perzisch), Pars (Middel-Perzisch) en Persis (Grieks), waar de naam Perzië van afgeleid is. Het ligt in de vallei van de Polvar, tussen de Kuh-e Rahmat en de Naqsh-e Rustam, waar de Polvar uitmondt in de vlakte van Marvdasht. Deze vlakte strekt zich uit nabij het platform van Persepolis.

Geschiedenis

Vroege geschiedenis

Het is waarschijnlijk dat wat later Istakhr zou worden, oorspronkelijk deel uitmaakte van de nederzettingen rond de koninklijke residenties van de Achaemeniden. Het religieuze belang ervan als zoroastrisch centrum werd al in de 4e eeuw v.Chr. aangetoond tijdens de regering van de Achaemenidische koning Artaxerxes II (r. 404-358). Tijdens zijn regering gaf hij opdracht tot de bouw van een standbeeld van Anahita en een tempel nabij wat later Istakhr zou worden. Deze tempel kan worden geïdentificeerd met de ruïnes van de tempel die door de 10e-eeuwse geograaf al-Masudi werd vermeld als ongeveer een parasang van Istakhr gelegen. Volgens de iranoloog Mary Boyce behoorden de ruïnes van deze tempel waarschijnlijk tot het oorspronkelijke Achaemenidische bouwwerk, dat was verwoest en geplunderd door de binnenvallende Macedoniërs onder leiding van Alexander de Grote (r.  336-323). De stichting van Istakhr als aparte stad vond kort na de ondergang van het nabijgelegen Persepolis door Alexander plaats. Het lijkt erop dat veel van het puin van Persepolis werd gebruikt voor de bouw van Istakhr.

Frataraka en koningen van Persis

Na de dood van Seleucus I (r. 305-280) in 280 v.Chr. begonnen de lokale Perzen van Persis hun onafhankelijkheid te herbevestigen. Het centrum van het verzet lijkt Istakhr te zijn geweest, dat met zijn omringende heuvels een betere bescherming bood dan de nabijgelegen voormalige ceremoniële hoofdstad van de Achaemeniden, Persepolis. Bovendien liep er een belangrijke weg, bekend als de "winterweg", dwars door Istakhr, van Persis naar Isfahan via Pasargadae en Abadeh. De kern van Istakhr als stad lag aan de zuid- en oostkant van de Polvar. Het bloeide op als hoofdstad van de Perzische Frataraka-gouverneurs en koningen van Persis van de 3e eeuw v.Chr. tot het begin van de 3e eeuw n.Chr.

Sasan, de naamgever van de latere Sassanidische dynastie, kwam uit Istakhr en was oorspronkelijk de beheerder van de belangrijke tempel van Anahita in de stad. Volgens de overlevering trouwde Sasan met een vrouw uit de Bazrangi-dynastie, die in het begin van de 3e eeuw als Parthische vazallen in Istakhr regeerden. In 205/6 zette Sasans zoon Papak de heerser van Istakhr, Gochihr, af. Op hun beurt regeerden Papaks zonen Shapur en Ardashir als de laatste twee koningen van Persis.

Sassanidisch Rijk

In 224 stichtte Ardashir het Sassanidische Rijk en werd hij officieel bekend als Ardashir I (r. 224-242). Boyce stelde dat de tempel, die eeuwen eerder door de Macedoniërs was verwoest, onder de Sassaniden werd hersteld. Ze voegt eraan toe dat volgens Al-Masudi, die zijn geschriften op overleveringen baseerde, de tempel oorspronkelijk een afgodentempel was, die vervolgens door Homay, de legendarische voorganger van de Achaemenidische dynastie, in een vuurtempel werd veranderd. Het lijkt erop dat in de vroege Sassanidische periode, of misschien iets daarvoor, de Zoroastrische beeldenstorm ertoe had geleid dat het cultusbeeld van Anahita werd vervangen door een heilig vuur. Al-Masudi identificeerde dit heilige vuur als een van de meest vereerde Zoroastrische vuren. De identificatie van de tempel met Anahita bleef echter bestaan, en de historicus al-Tabari (gestorven in 923) verklaarde dat het bekendstond als "het huis van Anahitas vuur".

De invloedrijke Zoroastrische priester Kartir werd door Bahram II (r. 274-293) onder meer aangesteld als bewaker (pādixšāy) van "vuren bij Stakhr van Anahita-Ardashir en Anahita de Dame" (ādur ī anāhīd ardaxšīr ud anāhīd ī bānūg). Boyce merkt op dat, gezien de hoge status van Kartir, de benoeming van deze functies erop wijst dat de heilige vuren in Istakhr zeer hoog in aanzien stonden.

Istakhr bereikte zijn hoogtepunt tijdens het Sassanidische tijdperk en fungeerde als belangrijkste stad, regio en religieus centrum van de Sassanidische provincie Pars. Als centrum van grote economische activiteit huisvestte Istakhr een belangrijke Sassanidische munt, afgekort met de initialen "ST" (Staxr), die munten produceerde vanaf de regering van Bahram V (r. 420-438) tot de val van de dynastie, evenals de Sassanidische koninklijke schatkamer (ganjīšāhīgān). Deze schatkamer wordt vaak genoemd in de Dênkard en de Mâdayân î Hazâr Dâdestân. De schatkamer bevatte ook een van de beperkte exemplaren van de Avesta, waarschijnlijk een van dezelfde exemplaren waarvan het huidige Avestische manuscript is afgeleid.

Arabische veroveringen en kalifaten

Tijdens de islamitische verovering van Pars, als onderdeel van de Arabische verovering van Iran, vestigden de indringers eerst hun hoofdkwartier in Beyza. De inwoners van Istakhr boden fel weerstand tegen de Arabieren. De eerste poging, in 640, onder leiding van Al-Ala'a Al-Hadrami, was een complete mislukking. In 643 voerden de Arabieren een nieuwe campagne uit onder leiding van Abu Musa al-Ash'ari en Uthman ibn Abu al-As, die Istakhr dwongen zich over te geven. De inwoners van Istakhr kwamen echter al gauw in opstand en vermoordden de Arabische gouverneur die daar was aangesteld. In 648/9 voerde generaal Abdallah ibn Amir, gouverneur van Basra, een nieuwe campagne uit die Istakhr na hevige gevechten opnieuw tot overgave dwong. De onderdrukking van de daaropvolgende opstanden resulteerde in de dood van vele Perzen. De onrustige bevolking van Istakhr kwam echter opnieuw in opstand, wat de Arabieren ertoe aanzette om in 649 een nieuwe campagne tegen Istakhr te ondernemen. Deze laatste campagne resulteerde wederom in de dood van vele inwoners. Het Sassanidische fort van Istakhr, gelegen op de "meest oostelijke uitloper" van de Marvdasht, werd de locatie van het laatste verzet tegen de Arabische verovering van Pars.

Istakhr bleef een bolwerk van het zoroastrisme, lang na de val van de Sassaniden. Veel Arabisch-Sassanidische munten en Hervormd-Omajjadische munten werden in Istakhr geslagen tijdens de Omajjadische en Abbasidische periodes. Istakhr bleef een tamelijk belangrijke plaats in de vroege islamitische periode. Het was de locatie van een belangrijk fort, dat in de islamitische tijd vaak dienstdeed als schatkamer van de heersers van de stad. Het fort staat ook bekend als Qal-e-ye Estakhr ("Kasteel van Estakhr") of Estakhr-Yar ("Vriend van Estakhr"). Onder het Omajjadische kalifaat verbleven gouverneurs vaak in het kasteel. Zo verbleef Ziyad ibn Abih bijvoorbeeld lange tijd in het kasteel van Istakhr tijdens zijn strijd tegen kalief Muawiyah I (r. 661-680).

Na de opkomst van de Abbasiden verschoof het politieke centrum van Fars geleidelijk naar Shiraz. Dit droeg sterk bij aan de achteruitgang van Istakhr. De stad wordt echter nog steeds genoemd in de oorlogen tussen de Saffariden en de kalifale gouverneurs in Fars. Op 11 april 890 versloeg de Saffaridische heerser Amr ibn al-Layth (r. 879-901) de kalief-gouverneur Musa Muflehi bij Istakhr. Volgens Adrian David Hugh Bivar is de laatste munt die aan Istakhr wordt toegeschreven vermoedelijk door de Dulafiden in 895/6 geslagen.

Buyiden en Seltsjoeken

Het gebied werd in de eerste helft van de 10e eeuw deel van de Buyiden. Rond de eeuwwisseling schreven talloze reisschrijvers en geografen over Istakhr. Halverwege de 10e eeuw beschreef de reisschrijver Istakhri, zelf een inwoner, het als een middelgrote stad. De geograaf Al-Maqdisi, die zo'n dertig jaar later, in 985, schreef, prees de brug over de rivier bij Istakhr en het mooie park. Hij merkte ook op dat de belangrijkste moskee van de stad versierd was met stierenkapitelen. Volgens Boyce en Streck & Miles was deze moskee oorspronkelijk dezelfde Sassanidische tempel waar de ādur ī anāhīd ardaxšīr ("vuur van Anahita-Ardashir") zich bevond en waar de laatste Sassanidische koning Yazdagird III (r. 632-651) werd gekroond. Volgens de kunsthistoricus Matthew Canepa laat archeologisch bewijs echter zien dat de moskee in de 7e eeuw werd gebouwd tijdens de Arabische overheersing en dus geen omgebouwde Sassanidische tempel was. Al-Maqdisi merkte ook op dat men aannam dat de moskee oorspronkelijk een vuurtempel was geweest, waarin stukken beeldhouwwerk uit Persepolis waren gebruikt.

Het koude klimaat van de regio zorgde voor sneeuwophoping op de top van het kasteel van Istakhr, die vervolgens smolt en in een door een dam afgesloten waterreservoir werd bewaard. Deze dam werd opgericht door de Buyid 'Adud al-Dawla (r. 949-983) om een watervoorraad te creëren voor het garnizoen van het kasteel. Volgens een contemporaine bron vond de Buyid Abu Kalijar (r. 1024-1048) enorme hoeveelheden zilver en kostbare edelstenen opgeslagen in het kasteel toen hij het met zijn zoon en een taxateur bezichtigde. De gouden medaille van Adud al-Dawla, gedateerd 969/70, waarop hij een kroon in Sassanidische stijl draagt, is mogelijk in Istakhr vervaardigd.

Het laatste numismatische bewijs van Istakhr, dat betrekking heeft op het kasteel in plaats van de stad zelf, dateert uit 1063. De betreffende munt werd geslagen in opdracht van Rasultegin, een obscure Seltsjoekse prins van Fars. Bivar merkt echter op dat sommige munten die aan andere gebieden van Fars worden toegeschreven, in feite munten uit Istakhr zouden kunnen zijn. Volgens Bivar, die zijn argumenten baseert op de geschriften van Ibn al-Athir, bevatte de schatkamer van Istakhr de schatten van eerdere dynastieën. Ibn al-Athir schreef dat toen de Seltsjoekse sultan Alp Arslan (r. (1063-1072) het kasteel van Istakhr in 1066/7 veroverde de gouverneur hem een waardevolle beker overhandigde met daarop de naam van de mythische Iraanse koning Jamshid gegraveerd. Istakhr bezat ook de Qal-e ye Shekaste, die dienstdeed als textielopslagplaats van de stad, en de Qal-e ye Oshkonvan, de wapenkamer van de stad. Hoewel de locaties van deze forten relatief ver van de binnenstad van Istakhr lijken te liggen, werden ze in de middeleeuwen beschouwd als onderdeel van de grotere stad van Istakhr.

In de laatste jaren van het Buyidische rijk raakte vizier Abu Kalijar in een conflict met een lokale landeigenaar van Istakhr. Abu Kalijar stuurde daarop een leger onder leiding van Qutulmish naar Istakhr, dat de stad verwoestte en plunderde. Istakhr herstelde zich nooit meer en werd een dorp met "niet meer dan honderd inwoners".

In 1074, tijdens de Seltsjoekse heerschappij, had een rebel genaamd Fadluya de provincie Fars in handen gekregen en zich verschanst in het kasteel van Istakhr. Nizam al-Mulk, de beroemde vizier van het Seltsjoekse Rijk, belegerde vervolgens het fort. Fadluya werd gevangengenomen en in het fort opgesloten en een jaar later geëxecuteerd toen hij probeerde te ontsnappen. In latere perioden werd het kasteel vaak gebruikt als staatsgevangenis voor hoge ambtenaren en prinsen.

Latere periode

In c. 1590 verkeerde het kasteel van Istakhr naar verluidt nog in goede staat en was het bewoond. Enige tijd later zocht een rebellerende Safawidische generaal er zijn toevlucht. Het kasteel werd vervolgens belegerd door de Safawidische sjah Abbas de Grote (r. 1588-1629), wat resulteerde in de verwoesting van het kasteel. Volgens de Italiaanse reiziger Pietro della Valle, die Istakhr in 1621 bezocht, lag het in ruïnes.

Opgravingen

In de eerste helft van de 20e eeuw werd Istakhr oppervlakkig onderzocht door Ernst Herzfeld, gevolgd door een team van de Universiteit van Chicago onder leiding van Erich Schmidt. Het meest gedetailleerde verslag van de ruïnes van Istakhr van vóór de opgravingen in de 20e eeuw werd eind 1840 gemaakt door het Franse duo Eugène Flandin en Pascal Coste. Het Sassanidische Istakhr is grotendeels nog niet opgegraven.

Zie de categorie Estakhr van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.