Vreijling doorliep het Murmellius Gymnasium in Alkmaar en studeerde Nederlands Recht in Leiden. Na afloop van zijn studie vervulde hij zijn militaire dienstplicht en werd hij reserveofficier van het Nederlandse leger. Daarna trad hij voor enig jaren in dienst van handelsondernemingen. De langste tijd van zijn leven bracht hij door als ambtenaar, respectievelijk bij het Grondbedrijf van de gemeente Arnhem en bij de gemeente Utrecht, eerst bij Culturele Zaken, later bij Stadsontwikkeling en Milieu. Daar inspireerden lijvige beleidsnota’s hem tot het schrijven van verhalen, schetsen en vertalingen van proza en poëzie.
Vreijling bezat een diepgaande kennis van de Nederlandse en Europese geschiedenis en literatuur. Die kennis is terug te vinden in zijn gedichten, die vaak een historisch of literair thema hebben. Hij behoorde tot de vriendenkring rond de in 1939 naar Nederland uitgeweken Duitse humanist en dichterWolfgang Frommel.
Vreijling was gehuwd met aquarelliste Keeske Bendien (Naarden 30 mei 1929 - Bergen (NH) 3 januari 2014), en vader van schrijver, journalist en radiopresentator Marc van Rossum du Chattel en Eveline Haisma-van Rossum du Chattel.
Bibliografie
Stenen Vogels, Gedichten, eigen uitgave 1963
Hecate, Gedichten, uitgeverij Desclée De Brouwer, Brugge en Utrecht 1967
Verboden Toegang, Gedichten, uitgeverij De Schuttingpers, Hilversum 1977
Uithoek, Gedichten, uitgeverij De Schuttingpers, Hilversum 1981
Een Ruiterverhaal en andere vertellingen, Hugo von Hofmannsthal, vertaling samen met Frank Ligtvoet, uitgeverij Veen. 1986
Immensee, Noortje en Late rozen, Theodor Storm, vertaling samen met Frank Ligtvoet, uitgeverij Kwadraat, Utrecht 1987
Beelden in Utrecht, Uitgeverij Matrijs, Utrecht 1989
Brieven uit Vuttersland, Schetsen, in: personeelsblad De Spuikoker”
Herinneringen aan een jeugd op het land, Ilse gravin von Bredow, vertaling, uitgeverij Contact, Amsterdam 1991
Strauss, Walter Deppich, vertaling, uitgeverij Contact, Amsterdam 1991
Door de jaren, Schetsen, uitgeverij Stichting Memoriaal, Oud Zuilen 2006
F.J. du Chattel (1856-1917), de ‘ontdekker’ van de Vecht, Monografie over het leven van deze schilder uit de Haagse School, Van Spijk Art Projects, Belfeld 2006
Nimfen en Legioenen, gedichten, Uitgeverij Stichting Memoriaal, Tonden 2008
Het gedicht Gallo-Romeins Glas (1967) is onderdeel van de permanente collectie van het Stedelijk Museum van Lokeren (België)
Meerdere vertalingen uit het Duits van poëzie en literatuur, zowel onder de naam Reinout Vreijling en mr J.G. van Rossum du Chattel, zijn opgenomen in het literaire tijdschrift Castrum Peregrini.
Diverse bijdrages aan andere periodieken, waaronder ‘Sfinx’.