Jean-Jacques Lequeu

Tombeau d'Isocrates

Jean-Jacques Lequeu (1757-1826) was een Frans tekenaar en architect.

Levensloop

Lequeu volgde les aan de tekenschool van Rouen. Hij werkte daar eerst als tekenaar voor architect Jean-Baptiste Le Bruant aan de Église Sainte-Madeleine de Rouen en aan de plaatselijke Abdij van Saint-Ouen.

In 1779 trok hij naar Parijs met de ambitie zelf architect te worden. Terwijl hij daar aan de Académie royale d'architecture studeerde, werkte hij als tekenaar voor architect Jacques-Germain Soufflot aan de Église Sainte-Geneviève (het latere Panthéon). Na een reis naar Italië tekende hij in de periode 1783 - 1789 tal van ontwerpen voor een adellijk cliënteel, waarvan echter nauwelijks iets werd gerealiseerd, soms in opdracht van andere architecten zoals François Soufflot le Romain, voor wie hij optrad als 'second architecte' en als inspecteur en supervisor van de werven. Enkele voor hem veelbelovende projecten werden afgevoerd tijdens de Franse revolutie doordat zijn adellijke opdrachtgevers hun fortuin verloren.

Lequeu zelf werd toen bediende bij het Atelier voor openbare werken van Faubourg Saint-Antoine, tot dit bureau werd afgeschaft in 1891. De opeenvolgende waardeverminderingen van de assignaten ruïneerden hem, zodat hij zich gelukkig mocht achten in 1893 werk als tekenaar te vinden op het op het kadaster, waar hij bleef tot deze dienst op zijn beurt werd afgeschaft in 1802. Hij vond een baan als geografisch tekenaar, eerst voor de dienst der plannen van Parijs, later bij het Bureau voor Statistiek tot aan zijn pensioen in 1815 als achtenvijftigjarige, zonder echter al die tijd de ambitie op te geven om alsnog volwaardig architect te worden, vooral door deelname aan openbare wedstrijden en door zich met ontwerptekeningen kandidaat te stellen voor tal van publieke opdrachten, doch allemaal tevergeefs. Hij diende ook tekeningen in voor de officiële Parijse Salons, doch deze werden telkens geweigerd.

Werk

Lequeu tekende in zijn vrije uren een omvangrijk oeuvre. Geïnspireerd door de Renaissanceroman Hypnerotomachia Poliphili stelde hij een Architecture civile samen. Die bestaat uit tekeningen in waterverf met als onderwerp denkbeeldige paleizen, follies, ruïnes, grotten, labyrinten en tuinen. Verder tekende hij portretten (zelfportretten met grimas), anatomische studies (vaak met erectie), vrouwelijke naakten in een architectonisch decor en in suggestieve posities. Zijn naakten zijn een mengeling van antieke idealisering en anatomisch naturalisme en hebben het uitzicht van beelden.

Tussen 1822 en 1824 stelde hij zijn tekeningen herhaaldelijk te koop in bundels, doch zonder enig succes. In juli 1824, minder dan een jaar voor zijn dood in armoede, besloot hij om zijn volledig oeuvre aan tekeningen te schenken aan de Bibliothèque royale, zodat door die gelukkige geste zijn werk bewaard bleef. Jean-Jacques Lequeu en zijn oeuvre verzeilden na zijn dood in vergetelheid, en pas in de tweede helft van de twintigste eeuw kwam hierin langzaam verandering. De doorbraak kwam er pas in 2016 met een doctoraatsthesis, gevolgd in 2018 door een grote tentoonstelling in Parijs, zodat hij nu op één lijn genoemd wordt met die twee andere grote architecten van de Verlichting, Claude Nicolas Ledoux en Étienne-Louis Boullée.

Bronnen