| Johan Dankmeijer | ||
|---|---|---|
Johan Dankmeijer (1965) | ||
| Persoonlijke gegevens | ||
| Volledige naam | Johan Dankmeijer | |
| Geboortedatum | 26 oktober 1907 | |
| Geboorteplaats | Amsterdam | |
| Overlijdensdatum | 12 september 1973 | |
| Overlijdensplaats | Oegstgeest | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Beroep | Arts, anatoom | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Amsterdam Universiteit Utrecht | |
| Proefschrift | De beteekenis van vingerafdrukken voor het anthropologisch onderzoek (1934) | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | Anatomie, embryologie en fysische antropologie | |
| Universiteit | Universiteit Leiden | |
| Soort hoogleraar | Buitengewoon hoogleraar (1947–1949) Gewoon hoogleraar (1949–1973) | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | rector magnificus van de Universiteit Leiden | |
| Lid van | Académie royale de Médecine de Belgique | |
Johan Dankmeijer (Amsterdam, 26 oktober 1907 – Oegstgeest, 12 september 1973) was een Nederlands arts, anatoom en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij was van 1947 tot 1973 hoogleraar in de anatomie en embryologie. In het academisch jaar 1965–1966 was hij rector magnificus van de Universiteit Leiden.
Dankmeijer werd in 1907 geboren in Amsterdam. Hij bezocht aldaar de hogereburgerschool en ging vervolgens geneeskunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1932 behaalde hij zijn artsexamen. Daarna werkte hij enige tijd als assistent aan de universiteit. In 1933 werd hij hoofdassistent bij het Anatomisch Laboratorium van de Universiteit Utrecht. Een jaar later promoveerde hij aldaar op het proefschrift De beteekenis van vingerafdrukken voor het anthropologisch onderzoek. In 1936 werd Dankmeijer prosector aan het Anatomisch Laboratorium van de Universiteit Leiden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij werkzaam als privaatdocent in de anatomie. In 1946 vertrok hij naar de Universiteit Zürich, waar hij eveneens als prosector en privaatdocent werkzaam was.
Op 27 maart 1947 werd Dankmeijer benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de anatomie aan de Universiteit Leiden. Op 19 december van dat jaar aanvaardde hij zijn ambt met het uitspreken van de rede Problemen in de moderne ontleedkunde. Op 17 januari 1949 volgde zijn benoeming tot gewoon hoogleraar in de anatomie en embryologie. Naast zijn werkzaamheden aan de medische faculteit verzorgde Dankmeijer vanaf 1955 onderwijs in de fysische antropologie aan de faculteit der Letteren en Wijsbegeerte. In 1963 werd hem een onderwijsopdracht in hetzelfde vakgebied verleend aan de faculteit der Sociale Wetenschappen. Gedurende het academisch jaar 1965–1966 was Dankmeijer rector magnificus van de Universiteit Leiden. Op 8 februari 1966 hield hij ter gelegenheid van de dies natalis van de universiteit de rede De speurtocht naar de normale mens.
Dankmeijer was lid van verschillende wetenschappelijke genootschappen. In 1957 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Daarnaast was hij corresponderend lid van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. In 1971 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Dankmeijer overleed op 12 september 1973 te Oegstgeest, op 65-jarige leeftijd.
Dankmeijer hield zich gedurende zijn wetenschappelijke loopbaan bezig met verschillende onderdelen van de anatomie, embryologie en fysische antropologie. In zijn onderzoek en onderwijs besteedde hij aandacht aan de samenhang tussen de bouw en ontwikkeling van het menselijk lichaam. Daarbij beschouwde hij de anatomie niet uitsluitend als een beschrijvende wetenschap, maar ook als een onderdeel van de geneeskunde dat in verband moest worden gebracht met het functioneren van de mens. Daarnaast had Dankmeijer belangstelling voor de geschiedenis van de geneeskunde.
Hij publiceerde verschillende studies over de anatomische en biologische opvattingen van onder anderen René Descartes, Leonardo da Vinci, Andreas Vesalius en Herman Boerhaave. Zijn historische belangstelling kwam onder meer tot uitdrukking in het in 1957 verschenen Petite histoire de l'anatomie de Leyde en in zijn betrokkenheid bij de herdenking van Boerhaave in 1968.
| Voorganger: Donald Johan Kuenen |
Rector magnificus van de Universiteit Leiden 1965–1966 |
Opvolger: Klaas Aldert Hendrik Hidding |