Josef Tal

Josef Tal
Josef Tal in 1987
Josef Tal in 1987
Persoonsgegevens
Volledige naam Josef Tal
Alias Josef TalBewerken op Wikidata
Bijnaam Josef Grünthal
Geboortedatum 18 september 1910
Geboorteplaats PniewyBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 25 augustus 2008
Overlijdensplaats JeruzalemBewerken op Wikidata
Land Vlag van Israël Israël
Opleiding en werk
Beroep(en) Componist, muziekpedagoog, dirigent, musicoloog, pianist, harpist
Genre(s) Klassiek
Instrument(en) piano, harp
Act(s) Akademie der Künste Berlin, American Academy of Arts and LettersBewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Josef Tal, ook Yosef Ṭal en Joseph Tal, Hebreeuws: יוסף טל, geboren als Josef Grünthal, (Pinne, nu: Pniewy, 50 km westelijk van Poznań, 18 september 1910 – Jeruzalem, 25 augustus 2008) was een Israëlisch componist, dirigent, muziekpedagoog, musicoloog, pianist en harpist. Josef Tal wordt in Israël beschouwd als een aan de Centraal-Europese traditie verplichte componist. In tegenstelling tot zijn vele Joodse tijdgenoten nam hij niet aan de ontwikkeling van een op identiteit georiënteerde nationale stijl deel.

Levensloop

Jeugd

Josef Tal met zijn vader Julius Grünthal

Zijn vader was de wetenschappelijk actieve rabbijn Julius Grünthal. De familie - vader, moeder Ottilie en oudere zus Grete, vertrok in 1911 naar Berlijn, waar zij een privé-weeshuis voerde. Rabbijn Julius Grünthal was een docent aan de Hochschule für die Wissenschaft des Judentums, gespecialiseerd in filologie en oude talen.

Opleiding/studie

Tal studeerde in Berlijn aan de Staatliche Akademische Hochschule für Musik onder andere bij Max Trapp (piano en compositie), Heinz Thiessen (muziektheorie), Max Saal (harp), Curt Sachs (instrumentatie), Fritz Flemming (hobo), Georg Schünemann (muziekgeschiedenis), Charlotte Pfeffer en Siegfried Borris (gehooropleiding), Siegfried Ochs (koorzang), Leonid Kreutzer (piano methodologie) en Julius Prüwer (orkestdirectie). Later studeerde hij ook bij Paul Hindemith (compositie en muziektheorie). Deze beval hem Friedrich Trautwein aan, de directeur van de elektronische-muziekstudio. Tal studeerde af in 1931.

Een jaar later huwde hij met de danseres Rosie Löwenthal.

Hij werkte als pianoleraar en begeleidde dansers, zangers en stomme films in de bioscopen. Maar de nazi's maakten hem al spoedig werkloos. Hij begon aan een studie fotografie in de school van Reimann en behaalde het diploma met het doel, zo spoedig mogelijk een toelating voor de emigratie naar Palestina te krijgen.

Palestina

De jonge familie emigreerde in 1934 met haar zoon Re'uven naar Palestina. Voor korte tijd werkte hij als fotograaf in Haifa en Hadera. De familie vertrok later naar de kibboets Gesher, waar Tal tijd had om zich op zijn muziek te concentreren.

Josef Tal met het orkest van het Palestijnse conservatorium (1939)

Maar de sociale samenleving in de kibboets was niet wat de familie zich ervan had voorgesteld en daarom vertrok zij opnieuw naar Jeruzalem, waar Tal zowel beroepsmatig als ook sociaal relaties kon leggen. Hij werkte als pianist, gaf pianolessen, maar speelde ook harp in het nieuw opgerichte Palestijns Orkest, de voorloper van het Israëlisch Philharmonisch Orkest. In 1937 ging het echtpaar uit elkaar.

Musicus en leraar

Op uitnodiging van Emil Hauser werd Tal op 26-jarige leeftijd docent voor piano, muziektheorie en compositie aan het Palestijns conservatorium. In 1948 werd hij directeur van de Jeruzalem Academie voor muziek, een functie die hij tot 1952 vervulde. In 1940 huwde Tal de beeldhouweres Pola Pfeffer.

In 1951 werd hij lector aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in Jeruzalem, waar hij in 1961 het Centrum voor elektronische muziek in Israël oprichtte. Hij publiceerde academische artikelen en schreef verschillende bijdragen voor de Encyclopaedia Hebraica. In 1965 werd hij professor en later hoofd van de musicologie-afdeling van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Hij hield deze functie tot 1971. Tot zijn bekendste leerlingen behoren onder andere: Ben-Zion Orgad, Robert Starer, Naomi Shemer, Jacob Gilboa, Yehuda Sharett, de musicoloog Michal Smoira-Cohn, de cellist Uzi Wiesel en de sopraan Hilde Zadek.

In 1969 werd Tal op advies van Boris Blacher lid van de Akademie der Künste in Berlijn. Tal was een begenadigd schrijver. Hij was vertegenwoordiger voor Israël in de International Society for Contemporary Music (ISCM).

Lang werkte hij als pianist en dirigent met verschillende orkesten, maar hij gaf de voorkeur aan het componeren en zijn nieuwe gebruik van sonoriteit in vocale, instrumentale en elektronische muziek. Zelfs in de jaren 90 van de vorige eeuw leidde hij een researchproject (Talmark) voor de ontwikkeling van een nieuw muzieknotatiesysteem in samenwerking met het Technion – Israel Institute of Technology en de VolkswagenStiftung. Tijdens deze jaren ging zijn gezichtsvermogen erg achteruit en het werd moeilijk voor hem verder te componeren.

Josef Tal bij het bekijken van een partituur aan de computer-monitor (2006)

Met hulp van een computer-monitor kon hij het notatiesysteem vergroten en hij kon daarmee nog kleine werkjes voor een paar instrumenten componeren. Hij schreef verder zijn derde autobiografie en voltooide zijn visionaire analyse van toekomstige muziek. Alleen de geplande opera Ein friedlicher Ort over het traumata Rostock-Lichtenhagen (1992) bleef als gevolg van zijn sterk verminderd gezichtsvermogen een fragment.

Josef Tal ligt begraven in de kibboets Ma'ale HaHamisha in de buurt van Jeruzalem. Zijn archief wordt bewaard in de National Library of Israel in Jeruzalem en zijn werk werd gepubliceerd in het Israel Music Institute (IMI).

Stijl

De toontaal van Tal wordt gekenmerkt door toenemende concentratie en reductie van compositorische middelen, die belangrijk tot de intensivering van het uitdrukkingskarakter bijdragen. Tals balanceren in het spanningsveld tussen het Oude Testament en moderne literatuur, symfonisch en elektronisch, weerspiegelt zich vooral in zijn belangrijke late werken.

Composities

Werken voor orkest

Symfonieën

  • 1952 Symfonie nr. 1
    1. Largo - Vivace - Largo
    2. Lento - Vivace
    3. A Tempo
  • 1960 Symfonie nr. 2
  • 1978 Symfonie nr. 3
  • 1985 Symfonie nr. 4 (Jubilee)
  • 1990 Symfonie nr. 5
  • 1991 Symfonie nr. 6

Concerten voor instrumenten en orkest

  • 1945 Concerto nr. 1, voor piano en orkest
Het begin van het Concerto nr. 2, voor piano en orkest van Josef Tal uit 1953
  • 1953 Concerto nr. 2, voor piano en orkest
  • 1954 Concerto, voor altviool en orkest
  • 1956 Concerto No. 3, voor tenor, piano en orkest - tekst: Eleazar Kalir
  • 1960 Concerto, voor cello en strijkorkest
  • 1969 Double Concerto, voor viool, cello en kamerorkest
  • 1976 Concert, voor dwarsfluit en kamerorkest
  • 1979 Double Concerto, voor twee piano's en orkest
  • 1980 Concerto, voor klarinet en orkest

Andere werken voor orkest

  • 1939 Prelude, voor dwarsfluit, fagot en kamerorkest
  • 1950 Mar'ôt (Reflections), voor strijkorkest
  • 1958 Festive Vision, voor orkest
  • 1975 Shape, voor kamerorkest
  • 1981-1986 Dance of the Events, voor orkest
  • 1982 Imago, voor kamerorkest
  • 1986 Symphonic Fanfare, voor orkest

Oratoria en cantates

Muziektheater

Opera's

Voltooid in titel aktes première libretto
1958 Amnon ve Tamar 1 akte 1960, Jeruzalem Recha Freier naar Samuel II, 13
1969 Ashmedai 2 aktes, 16 scènes 9 november 1971, Hamburg, Staatsopera Israel Eliraz
1972 Massada 967
(gecomponeerd ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Israël)
15 scènes 17 juni 1973, Jeruzalem, tijdens het Israel Festival Israel Eliraz
1975 Die Versuchung 2 aktes 26 juli 1976, München, Nationaltheater Israel Eliraz
1983 Der Turm 2 aktes, 12 scènes 19 september 1987, Berlijn, tijdens de Berliner Festwochen Hans Keller
1987 Der Garten 7 scènes 29 mei 1988, Hamburg, Staatsopera Israel Eliraz
1993 Joseph 2 aktes 1995, Tel Aviv, Opera Israel Eliraz

Toneelmuziek

Werken voor koren

Vocale muziek

Kamermuziek

Werken voor orgel

Werken voor piano

Werken voor harp

Elektronische muziek

Publicaties

Muziektheorie

Autobiografieën

Essays en geschriften

Bibliografie

Onderscheidingen en prijzen

Referenties

  1. ↑ Nationaal Normbestand van Duitsland; geraadpleegd op: 31 december 2014.
  2. ↑ Gevlucht naar Nederland, gearresteerd in Eindhoven en gedeporteerd naar Sobibór (vernietigingskamp), waar hij werd vermoord op 16 april 1943.
  3. ↑ Ulrich Eckhardt & Andreas Nechama: Jüdische Orte in Berlin, 2005, Nicolai, p. 153, ISBN 3-89479-165-9.
  4. ↑ Een van zijn bekende leerlingen aan deze Hoge School was Franz Kafka.
  5. ↑ Hij was later aangesloten bij de Kibboets Megiddo; tijdens de Zesdaagse Oorlog overleed hij op het slagveld.
  6. ↑ Hun zoon Etan Tal werd in 1948 geboren.
  7. ↑ Saving the Holy of Holies of Jewish texts by Nir Hasson in Haaretz site (en)
  8. ↑ The Jerusalem Post, december 13th, 1985