| Joseph Denis Odevaere | ||||
|---|---|---|---|---|
Portret in Immerzeel. | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Ca. 2 december 1775 | |||
| Overleden | 26 februari 1830 | |||
| Geboorteland | Frankrijk, Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | École nationale supérieure des beaux-arts, Franse Academie in Rome (1805 – 1810), Academie voor Schone Kunsten Brugge | |||
| Beroep | Kunstschilder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Leerling(en) | Joseph Cohen de Vries, Pieter-Jan de Vlamynck, Charles Louis Acar | |||
| Jaren actief | 1795-1830 | |||
| Stroming | neoclassicisme | |||
| Stijl | Neoclassicisme | |||
| Bekende werken | De laatste verdedigers van Missolonghi, 22 april 1826: episode uit de Griekse vrijheidsoorlog, De Unie van Utrecht, Lord Byron op zijn sterfbed, Plafondschildering in kasteel Veltem, Burgemeester De Croeser ontvangt Napoleon Bonaparte op het Brugse stadhuis in 1803 | |||
| Werklocatie | Parijs, Parijs, Rome, Parijs | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Grand Orient de France | |||
| Prijzen en erkenningen | Prix de Rome | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Joseph Denis Odevaere (andere benamingen: Joseph Odevaere, Joseph-Désiré Odevaere, Joseph-Dionysius Odevaere) (Brugge, gedoopt 2 december 1775 - Brussel, 26 februari 1830) was een Zuid-Nederlandse neoklassieke kunstschilder. Gedurende het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was hij hofschilder van koning Willem I.
Na leerling te zijn geweest van François Wynckelman en François van der Donckt aan de Kunstacademie in Brugge, trok hij naar Parijs waar hij in de ateliers werkte van Joseph Suvée en van Jacques-Louis David. In 1804 behaalde hij de Prix de Rome met zijn schilderij 'De dood van Phocio' (Parijs, École nationale supérieure des beaux-arts). Dit leverde hem een feestelijke ontvangst op in zijn geboortestad en verschillende bestellingen.
Vervolgens verbleef hij gedurende acht jaar in Italië (Milaan, Firenze, Rome). Hij werkte nadien nog enkele jaren in Parijs en kreeg een gouden medaille van Napoleon. In 1815 werd hij hofschilder van koning Willem I. Hij zette zich in voor de terugkeer naar Brugge van de door Frankrijk geroofde kunstschatten (Madonnabeeld van Michelangelo, Madonna met kanunnik Van der Paele door Jan van Eyck, tryptiek Moreel door Hans Memling, Oordeel van Cambyses door Gerard David). Als dank liet het stadsbestuur een gouden medaille maken die op 4 maart 1816 aan de schilder werd overhandigd.
Op 17 september 1818 trad Odevaere in het huwelijk met Sylvie de la Rue (1796-1845). Het huwelijk bleef kinderloos. Ze zou in 1835 hertrouwen met Joseph Van der Linden, secretaris van het Voorlopig Bewind in 1830.
Odevaere was productief. Zijn werk was van wisselende kwaliteit. Hij zag zichzelf en zijn werk zeer graag, zoals bleek uit de ophemelingen in zelf geschreven bijdragen.
Hij was lid van de Société des Douze.
Geveilde werken: