| Joseph d'Ancona | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Volledige naam | Joseph d'Ancona | |
| Geboren | 27 augustus 1911 Den Haag | |
| Overleden | 22 februari 1945 Bergen-Belsen | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Religie | jodendom | |
| Beroep | rabbijn, historicus | |
| Bekend van | adjunct-rabbijn van de Portugees-Israëlietische Gemeente te Amsterdam | |
| Familie | ||
| Partner | Josine Sientje Vredenburg | |
| Kinderen | Joël Joseph d'Ancona | |
Joseph d'Ancona (Den Haag, 27 augustus 1911 – Bergen-Belsen, 22 februari 1945) was een Nederlands sefardisch rabbijn en historicus.
D'Ancona werd geboren in Den Haag als zoon van David Salomo d'Ancona en Anna Frank. Zijn vader was verbonden aan de Portugees-Israëlietische Gemeente in Den Haag als chazan of voorzanger.
In de jaren dertig studeerde d'Ancona klassieke talen aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast volgde hij een rabbinale opleiding binnen de Amsterdamse sefardische traditie. Op 10 januari 1936 werd d'Ancona erkend als Moré.
D'Ancona publiceerde over de vroege geschiedenis van de Portugese Joden in de Noordelijke Nederlanden. In 1940 leverde hij twee bijdragen aan het eerste deel van Geschiedenis der Joden in Nederland, onder redactie van H. Brugmans en A. Frank. Deze bijdragen waren getiteld “Komst der Marranen in Noord-Nederland: De Portugese gemeenten te Amsterdam tot de vereniging (1639)” en “De Portugese gemeente ‘Talmoed Tora’ te Amsterdam tot 1795”.
Ook schreef hij het artikel “Delmedigo, Menasseh ben Israel en Spinoza”, dat in 1940 verscheen in Bijdragen en Mededeelingen van het Genootschap voor de Joodsche Wetenschap in Nederland. Daarin behandelde hij mogelijke intellectuele verbanden tussen Joseph Solomon Delmedigo, Menasseh ben Israel en Baruch Spinoza. Het artikel werd later aangehaald in studies over Delmedigo en Spinoza.
Op 16 oktober 1940 werden Joseph d'Ancona en Meijer Cohen de Lara benoemd tot adjunct-rabbijnen van de Portugees-Israëlietische Gemeente te Amsterdam..
D'Ancona diende de gemeente tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In latere biografische vermeldingen wordt hij aangeduid als rabbijn van de Portugees-Israëlietische Gemeente te Amsterdam en als historicus.
D'Ancona trouwde met Josine Sientje Vredenburg, ook bekend als Shifra Vredenburg, dochter van rabbijn Joël Joseph Vredenburg en Esther Bamberger. Aan het begin van de Duitse bezetting woonde het echtpaar aan de Nieuwe Herengracht 5 in Amsterdam.
Vanwege d'Ancona's functie beschikte het gezin aanvankelijk over een zogenoemde Sperre, een tijdelijke vrijstelling van deportatie. Op 26 mei 1943 werden d'Ancona en zijn vrouw in Kamp Westerbork geregistreerd. Hun zoon, Joël Joseph d'Ancona, werd op 8 september 1943 in Westerbork geboren en overleed op 6 maart 1944 in Bergen-Belsen.
D'Ancona verbleef van 26 mei 1943 tot 15 februari 1944 in Westerbork. Op 15 februari 1944 werd hij naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Hij overleed daar op 22 februari 1945, op 33-jarige leeftijd. Zijn vrouw overleefde de oorlog en emigreerde later naar Israël.