Juvenalis

Juvenalis
Houtsnede van Juvenalis uit de Kroniek van Neurenberg, ca. late 15e eeuw
Houtsnede van Juvenalis uit de Kroniek van Neurenberg, ca. late 15e eeuw
Persoonsgegevens
Volledige naam Decimus Iunius Iuvenalis
Geboortedatum ca. 60
Geboorteplaats Aquinum (Latium)
Overlijdensdatum tussen 133 en 140
Overlijdensplaats RomeBewerken op Wikidata
Geboorteland Romeinse Rijk
Opleiding en beroep
Beroep Dichter
Werken
Periode Romeinse Keizerrijk, Hoog-Romeinse RijkBewerken op Wikidata
Genre(s) Satirische poëzie, historisch
Bekende werken Satiren
Erkenning en lidmaatschap
Werken in collectie Stadskasteel Zaltbommel, KB, nationale bibliotheekBewerken op Wikidata
Een 19e-eeuwse voorstelling van Juvenalis

Juvenalis of Decimus Iunius Iuvenalis (Aquinum (Latium), ca. 60 - † ?, tussen 133 en 140) was een groot Romeins dichter, de laatste van de Latijnse satiredichters, die tevens aan de satire haar definitieve vorm heeft gegeven. De uitdrukkingen Panem et circenses, "Brood en spelen" en Mens sana in corpore sano, "Een gezonde geest in een gezond lichaam" worden aan hem toegeschreven.

Biografie

Van zijn leven is weinig met zekerheid bekend. Op basis van zijn geschriften wordt soms aangenomen dat hij aanvankelijk arm en hulpbehoevend was, maar het feit dat hij enkele slaven bezat spreekt dat tegen. Juvenalis begon met een militaire carrière en bracht het tot tribunus militum. Onder keizer Domitianus trad hij op als declamator te Rome. Hij werd gestraft met verbanning (naar Egypte?), omdat hij de draak had durven steken met een vermaarde toneelacteur, de favoriet van de keizer. Op middelbare leeftijd is hij begonnen met het schrijven van satiren, die een sterk retorische inslag hebben. Tussen 98 en 128 dichtte hij zestien satiren, verdeeld over vijf boeken. Juvenalis wordt herhaaldelijk genoemd in het werk van zijn vriend en geestesgenoot Martialis.

Literaire betekenis

Evenals zijn tijdgenoot Tacitus heeft hij een duidelijk pessimistische kijk op het Rome van de 1e eeuw. Zijn satiren schilderen op brutale, realistische wijze de zedelijke toestanden in de hoofdstad onder de keizers Nero en Domitianus. Zij hekelen het wangedrag, de ondeugden, de misbruiken en buitensporigheden van een desintegrerende Romeinse maatschappij. De felheid van zijn pen is daarbij in de Latijnse literatuur niet geëvenaard. Vooral de vorige generatie droeg in zijn ogen schuld aan de huidige wantoestanden, die hij be- en veroordeelt als een plattelandsbewoner die in de grootstad verzeild is geraakt en ervan overtuigd was dat hij in een afschuwelijk leefmilieu was terechtgekomen. Zijn dichtkunst houdt het midden tussen realisme en retoriek en draagt het merkteken van bittere ironie, sarcasme zelfs, heftige invectieven en kortzichtig pessimisme. Juvenalis' Satiren verraden een diepe afkeer voor de rijken en de "winners" en een warme sympathie voor de "losers", de armen en marginalen.

Na zijn dood werd Juvenalis gauw vergeten. Pas de christelijke moralisten haalden hem weer uit de kast en waardeerden hem als aanklager van de "heidense" verdorvenheid. In de middeleeuwse kloosterbibliotheken werd hij veel gelezen en overgeschreven. De eerste gedrukte uitgave verscheen te Rome in 1467 tot '69. Sindsdien vond en vindt hij veel navolgers en bewonderaars, vooral in de 17e en 18e eeuw in Frankrijk (Boileau) en Engeland (Dryden, Pope, ...).

Overzicht van zijn werk

Saturae, 1535

Zijn laatste satiren zijn aanmerkelijk minder van kwaliteit en inspiratie dan zijn eerste.

Nederlandse vertalingen

Zie ook

Voetnoten

  1. ↑ "Juvenalis & Auli Persii Flacci Satyrae"; geraadpleegd op: 14 maart 2021.
  2. ↑ MMDC (handschriften database); geraadpleegd op: 30 januari 2023.
  3. ↑ Dirk-Jan de Vink, Arm en straatarm in Rome (4), Mainzer Beobachter, 19 oktober 2023
Werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Iuvenalis op de Latijntalige Wikisource.
De Latijntalige Wikiquote heeft een of meer citaten van of over Decimus Iunius Iuvenalis.