| Koninklijke Nederlandse Dambond | ||||
|---|---|---|---|---|
| (KNDB) | ||||
| Sport | Dammen | |||
| Algemene gegevens | ||||
| Voorzitter | Frans de Jonge | |||
| Land | ||||
| Aantal leden | 4.491 (2015) | |||
| Aantal verenigingen | 186 (2015) | |||
| Geschiedenis | ||||
| Oprichtingsdatum | 9 april 1911 | |||
| Structuur | ||||
| Wereldbond | FMJD | |||
| Olympisch comité | NOC*NSF | |||
Soestdijk, defilé Nederlands Dambond 1949 | ||||
| https://www.kndb.nl/ | ||||
| ||||

De Koninklijke Nederlandse Dambond (KNDB) (in 1911 opgericht als de Nederlandschen Dambond en sinds 1951 aangeduid met het Predicaat Koninklijk), is een Nederlandse sportbond voor de denksport dammen. De KNDB organiseert damwedstrijden in Nederland zoals het Nederlands kampioenschap dammen, het Nederlands kampioenschap dammen voor vrouwen en de nationale damcompetitie. Er worden ook toernooien online georganiseerd.
De bond is aangesloten bij de FMJD, de EDC en het NOC*NSF. Met de andere denksportbonden (bridge, schaken en go) is een periodiek denksportbondenoverleg. Het bureau van de bond is gevestigd in het Nationaal Denksport Centrum Den Hommel te Utrecht.
De dambond heeft zeven wereldkampioenen voortgebracht, die samen 16 keer wereldkampioen werden.
Het KNDB beheert ook Toernooibase, een database waarin uitslagen, tussen- en eindstanden en partijen van damtoernooien zijn opgeslagen. Toernooien, spelers, uitslagen en partijen worden ingevoerd door beheerders die daarvoor een account hebben gekregen.
De Nederlandse Dambond werd opgericht op 9 april 1911 en ontstond uit een fusie van twee bestaande organisaties: de Nationale Dambond en de Algemene Nederlandse Dambond, een groep die zich eerder van de eerstgenoemde had afgesplitst . Bij de oprichting sloten dertig verenigingen zich aan, samen goed voor ongeveer zevenhonderd leden. Het doel was het organiseren en bundelen van de Nederlandse damsport in één landelijke structuur.
De groei verliep in de eerste jaren bescheiden. Gedurende bijna twintig jaar bleef het aantal leden schommelen tussen ongeveer 2500 en 3000. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal beoefenaars van de damsport in totaal veel groter was. Er bestonden voor de Tweede Wereldoorlog veel clubs die buiten de Nederlandse Dambond om actief waren. Zo was er bijvoorbeeld een R.K. Dambond, een Friesche Dambond, Groningsche Dambond, Geldersche Dambond, Zeeuwsche Dambond en een aantal kleinere bonden die geen lid waren van de NDB.
Pas in de jaren dertig nam de belangstelling voor het dammen merkbaar toe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgde de op last van de bezetter verplichte concentratie van verenigingen in 1941 voor een snelle stijging van het ledenaantal. Na de oorlog bleef een groot deel van de verenigingen aangesloten, maar er vonden ook enkele afscheidingen plaats.
In 1951 kreeg de bond bij zijn 40-jarige bestaan het predicaat “Koninklijk” en werd zij de Koninklijke Nederlandse Dambond (KNDB). Rond het vijftigjarig jubileum in 1961 telde de bond ongeveer achtduizend leden, verdeeld over 370 verenigingen. Het gouden jubileum werd groots gevierd met een receptie in het Amsterdamse Carlton Hotel op 29 april en een nationale damdag in het oude RAI-gebouw op Hemelvaartsdag.
De ontwikkeling van de bond werd sterk ondersteund door succesvolle topspelers. Nederland speelde internationaal lange tijd een belangrijke rol. Wereldkampioenen zoals Herman Hoogland, Ben Springer en Piet Roozenburg droegen veel bij aan de populariteit van de sport. Ook sterke nationale spelers als R. C. Keller, Johan Vos en Wim de Jong zorgden voor sportieve hoogtepunten.
Nederland speelde bovendien een voortrekkersrol op internationaal niveau. In 1948 gaf het land de aanzet tot de oprichting van de Internationale Dambond waarbij anno 2026 meer dan 70 nationale dambonden zijn aangesloten.
In de jaren 70 en 80, toen Ton Sijbrands en Harm Wiersma internationaal succesvol waren schommelde het ledenaantal tussen de 9.000 en 10.000. De magische grens van 10.000 leden werd echter nooit overstegen.
Sinds de jaren 90 neemt de populariteit van de damsport zichtbaar af en moet de bond vrijwel elk jaar meer leden uitschrijven dan nieuwe leden inschrijven. Het aantal clubs is inmiddels geslonken tot 140.
Het KNDB bestaat uit twaalf regionale bonden en daarnaast drie bijzondere verenigingen/bonden en één bijzondere organisatie. De regionale bonden zijn:
De bijzondere bonden zijn:
Daarnaast is ook de Stichting Wereldkampioenschap Fries Dammen (WFD) aangesloten bij de KNDB. Voorheen was ook de World Correspondance Draughts Association (WCDA) een bijzondere bond, maar deze organisatie is inmiddels opgeheven.
Hieronder de ontwikkeling van het ledenaantal en het aantal verenigingen:
| Jaar | Ledenaantal | Verenigingen |
|---|---|---|
| 2025 | 3.420 | 140 |
| 2024 | 3.478 | 140 |
| 2023 | 3.551 | 140 |
| 2022 | 3.512 | 146 |
| 2021 | 3.615 | 155 |
| 2020 | 3.848 | 163 |
| 2019 | 4.120 | 167 |
| 2018 | 4.137 | 172 |
| 2017 | 4.276 | 176 |
| 2016 | 4.620 | 181 |
| 2015 | 5.027 | 185 |
| 2014 | 5.293 | 200 |
| 2013 | 5.426 | 209 |
| 2012 | 5.694 | 220 |
| 2011 | 5.964 | 225 |
| 2010 | 5.856 | 230 |
| 2009 | 6.060 | 235 |
| 2008 | 6.457 | 241 |
| 2007 | 6.754 | 254 |
| 2006 | 7.103 | 259 |
| 2005 | 7.541 | 282 |
| 2004 | 7.744 | 282 |
| 2003 | 7.748 | 289 |
| 2002 | 7.936 | 302 |
| 2001 | 306 | |
| 1999 | 8.274 | 319 |
| 1996 | 8.848 | 340 |
| 1993 | 9.183 | |
| 1990 | 9.005 | |
| 1987 | 9.393 | |
| 1986 | 400 | |
| 1984 | 9.868 | |
| 1981 | 9.837 | |
| 1978 | 9.245 | |
| 1977 | 9.155 | |
| 1976 | 8.800 | |
| 1975 | 8.573 | |
| 1972 | 9.500 | |
| 1971 | 7.653 | |
| 1969 | 8.365 | |
| 1966 | 8.200 | |
| 1955 | >9.000 | |
| 1954 | ± 8.500 | |
| 1953 | 7.822 | |
| 1952 | 7.958 | |
| 1951 | ongeveer 7.500 | |
| 1950 | 8.560 | |
| 1948 | 8.811 | |
| 1947 | 9.092 | |
| 1946 | 9.046 | |
| 1940 | 2.200 | |
| 1939 | ± 2.500 | |
| 1938 | 3.506 | |
| 1935 | 2300 | 110 |
| 1932 | >1800 | |
| 1925 | 1300 | 52 |
| 1920 | <500 |