
Dr. Karl Kollwitz (Rudau (nabij Koningsbergen), 13 juli 1863 - Berlijn, 19 juli 1940) was een Duits medicus en de zoon van Frederick Kollwitz en Dorothea Kollwitz.
Karl werd op 15-jarige leeftijd wees en kwam in het weeshuis van Koningsbergen terecht. Toch slaagde hij erin om aan de universiteit geneeskunde te studeren. Hij was op jonge leeftijd al gepassioneerd door politiek en trad als jonge man toe tot de Sociaal-Democratische Partij (SPD). In 1891 studeerde hij af.
In 1891 huwde hij met de grafisch kunstenaar en beeldhouwer Käthe Kollwitz. Het paar betrok een appartement op Weissenburger Strasse 25, Wärther Platz te Berlijn. Zijn kregen twee zoons. In 1892 werd Hans (1892-1971) geboren en 4 jaar later een tweede zoon [[Peter Kollwitz]|Peter]] (1896-1914).
In Berlijn startte hij een artsenpraktijk. Als socialist was Kollwitz zeer begaan met de armen in zijn praktijk. Hij maakte daarbij gebruik van de door Otto von Bismarck geïntroduceerde ziekteverzekering. Dit was het eerste Europese systeem van ziekteverzekering waarin de ongevallen en ziekte van de werknemers en hun familie werd gedekt door de overheid.
Rond 1938 kreeg hij het verbod om zijn praktijk als arts uit te oefenen. Na een mislukte oogoperatie aan cataract is hij op 19 juli 1940 overleden.