Kattenkwaad

Okyo`s schildering komt tot leven.
Blad waarop twee prenten in chubanformaat (25×19 cm) gedrukt. Boven: de schilder Maruyama Ōkyo schrikkend van het door hem geschilderde spook, dat plotseling tot leven komt.
Onder: de schilder Sesshū Tōyō, als kind, vastgebonden aan een boom na kattenkwaad, kijkend naar de tot leven gekomen muizen die hij met zijn teen in het zand tekende. (Rijksmuseum)

Onder kattenkwaad, kwajongenswerk, keetlellen of keten worden streken verstaan die uitgehaald worden door kinderen, en met een berisping of kleine straf worden afgedaan. Kinderen ontkomen echter vaak aan die straf omdat de schuldige zelden op heterdaad betrapt wordt of tijdig weet weg te komen. Het motief voor kattenkwaad is vaak verveling.

Kinderen die Kattenkwaad uithalen door Johan Braakensiek

Kattenkwaad kan variëren van onschuldige grappen die hooguit schrik of ongemak kunnen veroorzaken (of waar het doelwit zelf ook om kan lachen) tot grappen die onbedoeld tot gevaar of ernstig letsel kunnen leiden en grappen die zonder meer als strafbaar gedrag gelden. Bovendien is het altijd een risico grappen uit te halen met onbekenden; men weet nooit hoe ze kunnen reageren. Bovendien kan kattenkwaad soms escaleren of deel uitmaken van pesten of stalking, het gedrag wordt dan eindeloos herhaald met telkens hetzelfde slachtoffer.

Kattenkwaad escaleert hierdoor soms doordat de gevolgen uit de hand lopen.

Vrij onschuldige vormen van kattenkwaad

Hinderlijk of vervuilend kattenkwaad

Kattenkwaad dat (onbedoeld) tot escalatie, schade of gevaar kan leiden

Kattenkwaad dat zonder meer strafbaar is en ook als zodanig streng kan worden bestraft

De opvattingen toen en nu

Vanouds was de mening dat fatsoenlijke kinderen zich niet aan kattenkwaad bezondigen. In die tijd werd Brave Hendrik van Nicolaas Anslijn (1777-1838) als voorbeeld genoemd. Ook waren er de gedichtjes van Hieronymus van Alphen (1746-1803).

Tegenwoordig vindt men meestal dat gezonde kinderen weleens streken uithalen. Dat is te zien aan de verhalen over Pietje Bell van Chr. van Abkoude (1880-1960) en Dik Trom van C.Joh. Kieviet (1858-1931). Echt gemene of misdadige streken komen in deze boeken niet voor.

Bestraffing

Het adequaat afdoen van gevallen van kattenkwaad was vroeger voorbehouden aan de ouders van de schuldigen in kwestie of van de leerkrachten van de school. Ook kende men vroeger de veldwachter. Sinds 1987 bestaan in Nederland de HALT-bureaus, opgezet door gemeenten in samenwerking met politie en justitie, die de serieuzere vormen van kattenkwaad effectief trachten te bestrijden. Lichtere gevallen kunnen nog steeds door de ouders of school worden afgehandeld.